Het aandeel autonome voertuigen op de Nederlandse wegen groeit. Dit heeft consequenties voor de huidige en toekomstige infrastructuur. Royal Haskoning is daarom verzocht handelingsperspectieven op te stellen voor de provinciale wegbeheerder.

In opdracht van het IPO Vakberaad Beheer en Bouw en CROW ging het om een handelingsperspectief voor de korte termijn (toepasbaar binnen nu en vijf jaar). En voor het LVMB, een samenwerkingsverband van gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat en Ministerie van I&W, voor de langere termijn. Het langetermijnperspectief is min of meer een vervolg op die van de korte termijn, waarbij uiteraard sprake is van overlap. Peter Morsink (Leading Professional smart mobility en verkeersveiligheid) en Mark Gorter (adviseur en projectleider duurzame mobiliteit en laadinfrastructuur) hebben de bevindingen op schrift gesteld.

Toekomstbestendige infrastructuur

Steeds meer nieuwe auto’s beschikken over systemen die de menselijke bestuurder ondersteunen in rijtaken zoals koers, snelheid en afstand houden. Als ze op juiste wijze worden gebruikt en goed functioneren, hebben ze een positief effect op de verkeersveiligheid. Ook maken ze rijden comfortabeler en duurzamer. Een welkome ontwikkeling dus. Voorwaarde is wel dat provinciale wegbeheerders weten hoe de infrastructuur toekomstbestendig te maken en eventuele nieuw ontstane risico’s te beheersen. Opgesteld handelingsperspectief in opdracht van het IPO Vakberaad Beheer en Bouw en CROW geeft hen daarom inzicht in kortetermijnmaatregelen (binnen nu en vijf jaar toe te passen). En gaan over relatief eenvoudige aanpassingen, zoals die van verkeersborden en belijning. Bij aanpassingen voor de langere termijn valt te denken aan het aanpassen van de invoegstrook.

Praktisch uitvoerbare no-regretmaatregelen

Om de wegbeheerder inzicht te geven in mogelijke no-regretmaatregelen voor automatische voertuigen, is een gestructureerde aanpak gevolgd. Daarbij is uitgegaan van voertuigen die ondersteunen in koers houden (lane keeping), snelheid en afstand houden (adaptive cruise control) en verkeersbordherkenning (SAE level 1 en 2).Voor veilig en comfortabel functioneren van de systemen bleken voor de korte termijn vooral de juiste toepassing en kwaliteit van langsmarkering en verkeersborden relevant. Voor deze twee aspecten zijn functionele specificaties opgesteld op basis van kennis van in-car functionaliteiten in relatie tot wegontwerp, beheer en onderhoud. Hier zijn praktische aanbevelingen uit gekomen voor de zichtbaarheid van markering en borden in verschillende condities, contrast naast reflectie, juiste locaties van borden, uniformiteit, consistentie, kwaliteit van onderhoud en beheer.

Een goede eerste stap is het aanleggen, beheren en onderhouden van wegen volgens uniforme standaarden. Vervolgens is meer aandacht voor beheer en onderhoud essentieel. Zodat de wegvakken zowel bij de aanleg als gedurende de verdere levenscyclus blijven voldoen aan criteria voor veilig en comfortabel gebruik door de voertuigsystemen. Tot slot zorgen aanvulling of aanpassing van de ontwerprichtlijnen en aanscherping van normen voor beheer en onderhoud voor een verdere kwaliteitsslag. Dat geldt ook voor het op orde hebben van digitale informatie (bijvoorbeeld snelheidslimieten) en verkennen en toepassen van innovaties in bijvoorbeeld markeringsmaterialen, voertuig-walcommunicatie, satellietplaatsbepaling en nauwkeurige digitale kaarten.

Perspectief automatische voertuigen nog begrensd

De wegbeheerder kan proactief in kaart brengen hoe goed de huidige langsmarkering en bebording is afgestemd op autonome voertuigen. Hiertoe voeren zij een ‘ADAS toets’ uit op hun wegen, als pilot of als onderdeel van hun trajectaanpak voor beheer en onderhoud (voorverkenning) of verkeersveiligheidsaudit. Ze ontdekken hierbij dat hun handelingsperspectief voor de korte termijn ook zijn grenzen kent. Bij situaties zoals rijstrooksplitsingen of tijdelijke verkeersmaatregelen functioneren de voertuigsystemen nog niet goed. En daar kan de wegbeheerder vooralsnog weinig aan veranderen, terwijl de voertuigontwikkelingen wel doorgaan.

Ook is verder onderzoek nodig naar het functioneren van autonome voertuigen in bochten en de relatie met rijrichtingscheiding, redresseerruimte en obstakelvrije zones.

Peter Morsink: “Nader onderzoek vereist samenwerking tussen de gezamenlijke wegbeheerders, automotive partijen zoals RDW, EuroNCAP, fabrikanten en toeleveranciers. Een samenwerking waarvoor we momenteel al een stevig fundament leggen.

Wilt u eens sparren over de handelingsperspectieven die u heeft voor voertuigen met automatische functies? Peter Morsink gaat graag met u in gesprek!