Royal HaskoningDHV heeft voor het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een verkennend onderzoek uitgevoerd dat is gericht op de uitvoerbaarheid en de kwaliteit van de huidige uitvoeringspraktijk van het stoffenbeleid in het waterbeheer, met focus op de wateraspecten van vergunningen. Het is van groot belang om eenduidig beleid op te stellen en dit beleid dan ook adequaat uit te voeren. Centraal hierbij staan de begrippen: (in)directe lozingen, oppervlaktewaterkwaliteit, Algemene Beoordelingsmethodiek (ABM), Immissietoets, Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en opkomende stoffen.

Aanleiding voor het onderzoek zijn de gemaakte afspraken in het kader van het langdurige incident met pyrazool in het Maaswater in de zomer en herfst van 2015. Hierbij is een structurele aanpak opgestart waarbij o.a. bekeken wordt in hoeverre regelgeving, zowel aan de drinkwaterzijde als aan de zijde van het waterbeheer en met name wateraspecten van vergunningen, voldoet ten aanzien van opkomende stoffen. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van een zo veelzeggend mogelijk beeld van de uitvoeringspraktijk in de vergunningverlening op watergebied met focus op de opkomende stoffen.

Representatief beeld

Royal HaskoningDHV heeft het verkennend onderzoek voor het Ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgevoerd. Om een zo veelzeggend mogelijk inzicht te verkrijgen hoe het beoordelen van stoffen in vergunningen in de praktijk werkelijk gebeurt, is er een breed gerichte enquête onder de bevoegde gezagen uitgevoerd. Op basis van de enquêteresultaten is er een verdiepingsslag geslagen door diverse interviews te houden met belangrijkste stakeholders in het proces van het stoffenbeleid. Deze verdiepingsslag heeft geresulteerd in een representatief beeld van de kwaliteit in de uitvoeringspraktijk van de vergunningverlening bij gereguleerde lozingen.

Haalbare verbeterslagen

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de kwaliteit van de uitvoering van het stoffenbeleid voor verbetering vatbaar is. Vooral ten aanzien van het kennisniveau van de beoordelaars van (in)directe lozingen zijn haalbare verbeterslagen te maken. Het aspect water heeft nog niet voldoende aandacht en niet alle organisaties en vergunningsverleners zijn zich bewust van het belang van een adequate uitvoering van het stoffenbeleid.

Betere uitvoering van waterkwaliteitsbeleid

Op basis van dit onderzoek heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu besloten dat opkomende stoffen aangepakt moeten worden door betere vergunningverlening, door gerichte monitoring én via onderzoek naar stoffen die een bedreiging vormen voor de drinkwatervoorziening. De minister heeft vertrouwen in het waterkwaliteitsbeleid, maar de uitvoering moet verbeteren. Met name de beoordeling van indirecte lozingen waarvoor provincies en gemeenten het bevoegd gezag zijn, laat te wensen over. Het verkennend onderzoek dat uitgevoerd is door Royal HaskoningDHV vormt de basis van dit besluit en heeft daarmee een sterke bijdrage geleverd aan het stoffenbeleid in het waterbeheer in Nederland.