Wat houdt het omgevingsprogramma in? Waarom zou een omgevingsprogramma opgesteld moeten worden? En hoe verhoudt het omgevingsprogramma zich tot de andere instrumenten van de Omgevingswet? Charlotte van den Ham, adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij Royal HaskoningDHV,  zet het voor u op een rij. 

Het omgevingsplan wordt vaak gezien als de directe opvolger van de omgevingsvisie. In veel gevallen is de omgevingsvisie echter te abstract om direct een doorvertaling naar het omgevingsplan mogelijk te maken. Daarom stelt een aantal gemeenten zich nu al de vraag of het wenselijk is om een omgevingsvisie 2.0 op te stellen, terwijl er al een oplossing is: het omgevingsprogramma.

Integrale insteek omgevingsprogramma 

De wetgever heeft bewust het instrument ‘onverplicht omgevingsprogramma’ in het leven geroepen om (abstracte) doelstellingen – met betrekking tot ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving – gebieds- of themagericht uit te werken. Binnen deze uitwerking worden richtlijnen opgenomen over hoe de gemeente haar organisatie en processen wil inrichten en daarnaast kunnen concrete projecten, maatregelen en/of andere activiteiten aangewezen worden die moeten bijdragen aan (het verbeteren van) de kwaliteit van een bepaald thema of gebied. De integrale insteek van het omgevingsprogramma maakt het mogelijk om bij het opstellen van maatregelen voor een bepaald thema of gebied al in een vroeg stadium rekening te houden met andere maatschappelijke (ruimtelijke) opgaven.

Thema- óf gebiedsgericht omgevingsprogramma 

Een voorbeeld is het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. Dit omgevingsprogramma bevat een set van normen en maatregelen om de doelstellingen uit de omgevingsvisie uit te werken. In dit geval gaat het om een themagericht omgevingsprogramma (maar zou eveneens gebiedsgericht kunnen zijn als het zich richt op een bepaald gebied binnen de gemeente). Door het opnemen van een open norm in het omgevingsplan en een concrete verwijzing naar een specifieke paragraaf/specifiek beoordelingskader in het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie, kan het gebruikt worden als toetsingskader voor het omgevingsplan. 

Het omgevingsprogramma kan ook ingezet worden om een grootschalige gebiedsontwikkeling mogelijk te maken in een bepaald deel van een gemeente. Dit is een voorbeeld van een gebiedsgericht omgevingsprogramma. In dit programma kunnen maatregelen, samenwerkingsafspraken, communicatie-afspraken en andere activiteiten opgenomen worden die deze ruimtelijke opgave mogelijk moeten maken.

Interbestuurlijke kansen

Daarnaast bestaat een mogelijkheid om een gezamenlijk omgevingsprogramma vast te stellen. Bijvoorbeeld door een gemeente mét een waterschap of door meerdere gemeenten binnen een bepaalde regio. Voordeel van zo’n gezamenlijk omgevingsprogramma is dat grensoverschrijdende taken in goede coördinatie interbestuurlijk worden uitgevoerd. 

Onduidelijke grens omgevingsvisie en omgevingsprogramma

Er bestaat veel onduidelijkheid over het grensgebied tussen de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma. Beide instrumenten hebben een strategische insteek. Verschil is dat de omgevingsvisie kaderstellend is (het bevoegd gezag ligt bij de raad) en een lange horizon heeft, het omgevingsprogramma uitvoeringsgericht is (het bevoegd gezag ligt bij het college) en een korte tot middellange horizon heeft. Hierdoor wordt het omgevingsprogramma naast of ná de vaststelling van de omgevingsvisie opgesteld. Op deze manier leent het omgevingsprogramma zich ervoor om een brug te slaan tussen de omgevingsvisie (veelal abstracte ambities) en het omgevingsplan (juridisch-planologische borging van ambities).  



Hoe kunnen we u helpen? Charlotte van den Ham staat u graag te woord.