© Getty Images/VStock RF

De Uitdaging

Microverontreinigingen in oppervlaktewater, waaronder geneesmiddelenresiduen, komen steeds meer in de belangstelling van waterbeheerders. Veel van deze stoffen worden aangetroffen in RWZI effluent, oppervlaktewater en soms ook in drinkwater. Een aparte groep binnen de geneesmiddelen zijn de röntgencontrastmiddelen. Deze stoffen hebben geen therapeutische werking maar worden gebruikt in de medische wereld voor de diagnostiek.

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft Royal HaskoningDHV samen met LeAF een inventarisatie gemaakt van het gebruik van röntgencontrastmiddelen en de aanwezigheid ervan in het rioolwater, oppervlaktewater en drinkwater.

Het Resultaat

De stoffen zijn in de rioolwaterzuivering niet makkelijk biologisch af te breken. Literatuur wijst uit dat aerobe biotransformatie (microbiële omzetting van de stof naar een transformatieproduct) van de röntgencontrastmiddelen johexol, jomeprol, jopamidol en jopromide, en joxitalaminezuur wel mogelijk is. Voor amidotrizoïnezuur is dit minder duidelijk.

In drinkwater, dat bereid is uit oppervlaktewater zijn sporen van röntgencontrastmiddelen aangetroffen. In drinkwater bereid uit grondwater zijn deze niet aangetroffen. Het verwijderen van de röntgencontrastmiddelen bij de drinkwaterproductie is niet eenvoudig. Bovendien moet actieve kool door de röntgencontrastmiddelen al snel vervangen worden, wat een kostbare aangelegenheid is.

Meetgegevens aan het oppervlaktewater laten zien dat gejodeerde röntgencontrastmiddelen in concentraties van enkele microgrammen per liter aanwezig zijn in de Rijn en de Maas.

De schadelijkheid van röntgencontrastmiddelen voor het aquatisch milieu is onbekend, maar op basis van de beperkte literatuur op dit punt blijkt dat deze gering is voor de afzonderlijke moederstoffen. Mogelijke nadelige milieueffecten bij langdurige blootstelling aan meerdere röntgencontrastmiddelen en de hieruit gevormde transformatieproducten zijn hierbij niet in beschouwing genomen.

Jaarlijks worden er grote hoeveelheden röntgencontrastmiddelen gebruikt, waarvan aan te nemen is dat deze ofwel onveranderd of als transformatieproduct via het riool en rioolwaterzuivering in het watermilieu terechtkomen.

Een voorkeur voor het ene of het andere middel op basis van milieuoverwegingen kan nog niet worden gegeven. Op basis van de nu beschikbare gegevens wordt geconcludeerd dat amidotrizoïnezuur slecht wordt verwijderd in zowel de rwzi als bij de drinkwaterbereiding. Daarom zou dit middel bij voorkeur zo min mogelijk toegepast moeten worden.

Mogelijke maatregelen

Verschillende maatregelen zijn geïdentificeerd die bij de RWZI, in het ziekenhuis of bij de bron kunnen worden genomen. Meest kansrijk en effectief lijken de maatregelen die voorkomen dat de röntgencontrastmiddelen via de urine überhaupt in het riool terecht komen, zoals door decentrale behandeling van ziekenhuisafvalwater, of inzameling van de urine met behulp van plaszakken in de eerste 24 uren na de CT-scan. Interessante aanpak hierbij is om de plaszak onderdeel te maken van de levering bij aanbesteding van röntgencontrastmiddelen. Daarnaast zijn veel maatregelen in ziekenhuizen nu al gericht op ‘good housekeeping’: voorkomen van verspilling en inzamelen van resten röntgencontrastmiddelen.