De interactie tussen autonome voertuigen en de infrastructuur is essentieel voor de ontwikkeling en exploitatie van een volwaardige vervoersdienst. Dit vraagt een methode die de geschiktheid van infrastructuur (routes) in kaart brengt, zodat de automatisch rijdende shuttles soepel kunnen functioneren. Een methode die voertuigscan en routescan combineert.

Daarom is de provincie Gelderland met Royal HaskoningDHV en diverse andere partijen gestart met het project Interregional Automated Transport (I-AT). Binnen dit project worden technieken voor automatisch rijdende shuttles getest. Opdrachtgever is Interreg, een subsidieprogramma opgericht door de Europese Unie.

Bestendig integreren autonomous vehicles in infrastructuur

Het aandeel autonome voertuigen stijgt. Bij de doorontwikkeling van deze voertuigen is er logischerwijze veel aandacht voor voertuigtechnische aspecten. Naast de aandacht die uitgaat naar de gebruikersacceptatie en de ontwikkeling en exploitatie van een automatische vervoersdienst. Maar de noodzaak voor het bestendig integreren van deze voertuigen in de (verkeers)omgeving, wordt veel minder (h)erkend. Terwijl juist de interactie tussen het voertuig en de infrastructuur waar het voertuig gebruik van maakt, belangrijk is.

Routescan essentieel voor beoordeling weginfrastructuur

Genoemde integratie is daarmee essentieel voor opschaling van de huidige projecten naar een volwaardige vervoersdienst. Dit vraagt een methode die de geschiktheid van infrastructuur voor het soepel functioneren van de autonome bus in kaart brengt. Naast een voertuigscan (primair gericht op wat het voertuig kan) is er dus ook een routescan nodig die de verkeersomgeving beoordeelt (weginfrastructuur en interactie met andere verkeersdeelnemers), met de voertuigspecificaties (functioneel/technisch) als input. Royal HaskoningDHV heeft de basis voor de routescan gerealiseerd.

Peter Morsink, Leading Professional smart mobility en verkeersveiligheid: “Met deze routescan ligt er een prima basis voor de ontwikkelingen van de automatische shuttlebus binnen het I-AT-project. Vragen als: Waar moet de infrastructuur aan voldoen?, Hoe kan deze bijdragen aan optimaal rijden (veilig, vlot en comfortabel) van de shuttlebus?, en Hoe ziet een kostenefficiënte ontwikkeling van het bijbehorende systeem en diensten eruit?, worden dankzij deze (in ontwikkeling zijnde) routescan steeds beter beantwoord.”

Het opstellen van de juiste eisen en randvoorwaarden aan de infrastructuur blijft vooralsnog een uitdaging, doordat de kennis en ervaring over het functioneren van de autonomous shuttle bus nog in opbouw is. Om deze opbouw te versnellen is ondertussen de discussie gevoerd over het nut en de noodzaak van een goede afstemming tussen kenmerken van autonome voertuigen en de infrastructuur.

Wilt u meer weten over de implicaties van autonome voertuigen voor de infrastructuur in uw regio, neem dan contact op met Peter Morsink.