In opdracht van de Ministeries van EZK en IenW heeft Royal HaskoningDHV een adviesrapport opgesteld met betrekking tot de ontwikkeling van een zo breed mogelijk toepasbaar kader voor borging van duurzaamheid van biomassa bij gebruik voor transportbrandstoffen, warmte, elektriciteit en voor grondstoffen voor chemie en andere sectoren. Het rapport is gebruikt als bronmateriaal voor het advies van de speciale SER-commissie ten aanzien van gebruik van biomassa.

Interviews

Het rapport is mede opgesteld op basis van inbreng uit een dertigtal interviews met betrokkenen uit overheid, markt en maatschappelijke organisaties en is in concept op vrijwillige basis kritisch getoetst door een aantal maatschappelijke organisaties en experts met ruime praktijkervaring op gebied van biomassa waardeketens en borging van duurzaamheid daarbinnen.

Aansluiting op bestaande systemen

Ons advies is om qua duurzaamheidsprincipes aan te sluiten bij enkele breed gedragen, middels multi-stakeholder inbreng ontwikkelde vrijwillige certificeringssystemen, inclusief – en aanvullend op RED II en Conformiteitsbeoordeling - de daarin opgenomen sociaaleconomische principes. Er bestaat onder stakeholders geen (brede) wens voor meer principes dan in deze systemen zijn opgenomen. Doordat onder deze specifieke schema’s al grote hoeveelheden biomassa zijn gecertificeerd kan met een vliegende start worden begonnen in plaats dat vanaf nul moet worden opgebouwd. Aansluiten bij deze systemen biedt deels ook een oplossing van de in RED II en diverse handelsverdragen opgenomen barrières voor aanvullende duurzaamheids-criteria. We zien ook een kans om een koppeling te maken met bekende “kapstokken” wat een internationaal gemeenschappelijke taal bevordert, zoals de Sustainable Development Goals (SDG’s).

ÉÉN PRODUCT

Wij adviseren om qua reikwijdte van principes en criteria geen onderscheid te maken tussen hoofdproduct en restproduct, omdat de grens daartussen mede door marktprikkels en de ontwikkeling van de circulaire en biobased economie niet altijd scherp is.

Instrumenten

Verder signaleren wij – mede op aangeven van de toetsende maatschappelijke organisaties – mogelijkheden voor betere borging van duurzaamheid middels instrumenten die additioneel zijn aan certificering / verificatie. Die instrumenten zijn met name 1) due diligence onderzoek naar ketenpartners, 2) actieve en betrokken samenwerking tussen bedrijven en andere stakeholders in de biomassa waardeketen (partnerships), 3) meer transparantie over duurzaamheid, verbeterplannen en optredende onduurzame praktijken en tenslotte 4) benchmarking van zowel duurzaamheid ‘in het veld’ als qua beheer over de keten. Net als in bijvoorbeeld de bankensector, kan het gebruik van benchmarking worden ingezet om verbeteringen af te dwingen (via de bestuursrechter). De rijksoverheid kan middels het faciliteren van partnerships additionele garanties op de duurzaamheid van biomassa bevorderen.

Toetsing

Wij adviseren om voor het houden van toezicht vanuit de overheid een onafhankelijke toetsingsautoriteit in te stellen of deze taak bij een bestaande onafhankelijke toetsingsautoriteit te beleggen. Met name de NEa (Nederlandse Emissieautoriteit) en de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) lijken ons daarvoor logische instanties.

Download rapport duurzaamheidscriteria