De afgelopen jaren hebben gemeenten volop ingezet op implementatie van het VANG-beleid. Dit heeft geleid tot verschillende aanpassingen in het gemeentelijk afvalbeheer. Te denken valt aan wijzigingen in fracties (uitbreiding kunststofverpakkingen tot PMD), in ledigingsfrequentie (veelal verlaging frequentie restafval), in inzamelmiddelen (van zak naar bak) en in tarifering (diftar op volume/gewicht/frequentie). Veelal gingen de wijzigingen ook gepaard met discussies over nascheiding, al dan niet aanvullend op de vaak gekozen bronscheiding. Nu het stof van alle wijzigingen aan de bronscheidingskant aan het opklaren is, is het landschap rijp voor hernieuwde discussies over nascheiding. In mijn blog leg ik uit waarom.

Het einde in zicht van bronscheiding

Ja, de ingezamelde hoeveelheid gescheiden ingezamelde fracties is veelal gestegen en ja, de hoeveelheid restafval in veel gemeenten gedaald. Echter, er zijn ook neveneffecten. Zo is de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde fracties dalende. De hoeveelheid stoorstoffen in gescheiden fracties lijkt over de gehele linie (PMD, textiel, oud papier en Gft) toe te nemen . Daarnaast lijkt ook het einde in zicht voor wat van inwoners verlangd kan worden met betrekking tot bronscheiding. Veel gemeenten vragen zich daarom af wat nascheiding kan betekenen.

De afvalparadox: bronscheiding of nascheiding, vraag of aanbod, de kip of het ei?

De vele aanscherpingen en sturingen binnen het gemeentelijk afvalbeleid om te komen tot minder restafval, hebben onder andere geleid tot een stijging van de hoeveelheid aan de bron gescheiden ingezamelde fracties. Meer volume zou het mogelijk moeten maken dat de verwerkingsketen kan investeren in de doorontwikkeling van noodzakelijke technologieën verderop in de keten. Deels gebeurt dit ook. Denk aan Ioniqa voor PET en Saxcell voor textiel.

Echter, de toegenomen volumes lijken dermate vervuild met stoorstoffen dat de technologische ontwikkeling al eerder in de keten dient plaats te vinden door noodzakelijke aanvullende en verfijndere sorteerstappen in de bronscheidingsketen. Hoewel brongescheiden materiaal nog steeds altijd ‘schoner’/zuiverder kan zijn of is dan nagescheiden materiaal, moeten sorteerinstallaties voor brongescheiden materiaal nu toch meer en meer worden uitgelegd als ware er sprake is van nascheiding van restafval. Dit roept (al dan niet terecht) soms de vraag op over nut en noodzaak van bronscheiding. Immers: brongescheiden materiaal gaat steeds minder lijken op zuivere brongescheiden stromen en de sorteerinstallaties voor brongescheiden fracties gaan (noodzakelijkerwijs) derhalve meer en meer lijken op installaties voor na te scheiden restafval.

Transitie van afvalbeheer naar grondstoffenbeheer

Waar het paradoxale bij het kip-ei probleem de vraag gericht is op het verleden (wat was er eerst), moeten we in de transitie van het afvalbeheer naar grondstoffenbeheer misschien meer de vraag stellen: wat moet er eerst? Kwantiteit of kwaliteit? Vraag of aanbod? Uiteraard ligt het antwoord hierop genuanceerder en is het antwoord hierop minder zwart-wit. Echter, de roep om schonere, meer zuivere stromen klinkt steeds vaker en steeds luider.

Nascheiding als transitiestap naar een circulaire economie?

In een misschien wel ideale wereld produceren we geen afval, weigeren we verpakkingen of hervullen we ze zelf met een capsule aangelengd met water, krijgt onze kleding na ons een nieuw leven in een tweedehands winkel en betalen we de was per wasbeurt waarbij het wasmiddel automatisch optimaal wordt gedoseerd. Tot die tijd zullen we afval kennen, ook restafval. De transitie naar een circulaire economie zal daarbij bestaan uit het infaseren van herbruikbare, secundaire grondstoffen, terwijl we tegelijkertijd de hoeveelheid restafval moeten uitfaseren.

Terugwinnen van grondstoffen uit restafval

Aangezien restafval voorlopig nog niet van het toneel verdwenen is, zal terugwinning van grondstoffen uit het restafval voorlopig ook van groot belang zijn om de verwerkingsketens van de verschillende deelfracties verder vorm te geven. Nascheiding speelt daarin een belangrijke rol. Ook nieuwe initiatieven zoals chemische recycling zullen aanvullende nascheidingsstappen op het huishoudelijk restafval noodzakelijk maken.

Figuur 1 Afvalscheiding | RoyalHaskoning

Wat willen inwoners?

Elke gemeente weet dat je voorzichtig moet zijn als het gaat om het doorvoeren van systeemwijzigingen in de afvalinzameling. Er zijn talloze voorbeelden te vinden in Nederland waarbij de inwoners massaal in de weerstand gingen bij veranderingen. Veel bewoners willen gemak. Niet alle bewoners (vooral in hoogbouw) hebben ook goede mogelijkheden om bron te scheiden. De laatste tijd zijn er steeds meer berichten te vinden van gemeenten die stoppen met de bronscheiding van PMD (o.a. Utrecht, Nieuwegein, Bunschoten, Oegstgeest en Reimerswaal) en nascheiding invoeren. Redenen hiervoor zijn, naast de genoemde soms matige kwaliteit van PMD scheiding, het bieden van gemak/service of een hoger milieurendement bij nascheiding.

Afgewogen transitie binnen Huishoudelijk Afvalbeheer

Met de vele aanpassingen in het afvalbeheer gericht op minder restafval, zijn ook vele investeringen gedaan in systemen en infrastructuur: registratie- en weegunits op inzamelwagens, ondergrondse en bovengrondse containers en nieuwe deksels op of extra minicontainers, et cetera. De vele investeringen die zijn gedaan om te komen tot minder restafval, maken het tegelijkertijd soms ook complexer om bij te sturen of zelfs bepaalde onderdelen terug te draaien.

Daar komen dan ook nog eens discussies omtrent nascheiding, meer transparantie in de keten en toenemende onzekerheid door nieuwe beleidsplannen voor bijvoorbeeld producentenverantwoordelijkheid bij. Al met al wordt het speelveld van de transitie binnen het Huishoudelijk Afvalbeheer steeds complexer.

Naar een nieuwe inrichting van het afvalsysteem?

Een andere vraag is of we de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval niet heel anders moeten inrichten, bijvoorbeeld door te focussen op drie hoofdstromen: (1) nat / organisch afval, (2) te sorteren en recyclen droge stromen en (3) her te gebruiken producten. In de huidige situatie is met name de laatste categorie vaak nog onderbelicht terwijl daar wel de meeste waarde en milieuwinst gerealiseerd kan worden.

Genoeg kansen en potentiele innovaties dus de komende tijd! Waar wilt u op inzetten? Ik hoor het graag. Neem gerust contact met mij op om te sparren over hoe u deze transitie verder kunt vormgeven.