Milieudefensie heeft behoefte aan een inzicht welke gezondheidsrisico’s voor luchtkwaliteit geaccepteerd worden met de huidige normen én hoe deze risico’s zich verhouden tot andere milieuthema’s. Royal HaskoningDHV heeft in opdracht van Milieudefensie onderzocht hoeveel bescherming verschillende wettelijke milieuregels (normen) bieden.

De aanpak

In opdracht van Milieudefensie heeft Royal HaskoningDHV in samenwerking met milieugezondheidskundig expert Loes Geelen (Adviseur Gezonde Omgeving) een literatuurreview uitgevoerd. Gestart is met een beschouwing over hoe normen worden vastgesteld.

In het proces van vaststelling van wettelijke normen wordt bekeken hoe gezondheidseffecten voorkómen of beperkt kunnen worden aan de hand van de keten van oorzaak tot effecten. Een voorbeeld. We hebben behoefte om ons te verplaatsen en daarvoor nemen we vaak de auto. Tijdens de activiteiten van fabricage naar gebruik tot sloop, stoten we allerlei stoffen uit in het milieu, de milieudruk. Deze uitstoot verspreidt zich vervolgens in onze leefomgeving wat leidt tot een slechtere kwaliteit van het milieu: de concentraties in de lucht lopen op. Wanneer de bevolking wordt blootgesteld aan die stoffen, ademt ze die in. Afhankelijk van de samenstelling van stoffen en de hoeveelheden die mensen binnenkrijgen, kunnen zij nadelige gezondheidseffecten ontwikkelen. Hoe de risico’s van luchtverontreiniging beleefd worden, kan sterk verschillen van persoon tot persoon, van bron tot bron en ook de lokale context is belangrijk.

Om de bevolking te beschermen tegen nadelige gezondheidseffecten, worden voor alle stappen in de keten normen opgesteld. Daartoe wordt in beginsel de keten in omgekeerde volgorde afgelopen, startend bij de effecten. Voor kankerverwekkende stoffen bestempelen we een sterfterisico als ‘acceptabel’ wanneer het kleiner is dan ‘1 op de miljoen’ per jaar.

Vanuit dit geaccepteerde risico kunnen we onderzoeken door welke blootstelling dit veroorzaakt wordt. Daar wordt dan de blootstellingsnorm op vastgesteld. Om te voorkomen dat die blootstellingsnorm overschreden wordt, worden eisen gesteld voor onze omgeving: luchtkwaliteitsnormen. Om vervolgens te voorkomen dat die luchtkwaliteitsnorm wordt overschreden, worden beperkingen opgelegd aan de uitstoot van stoffen: er worden op nationaal en internationaal niveau emissiedoelen geformuleerd en er worden richtlijnen opgesteld voor vergunningverlening. Ook door op lokaal niveau de activiteiten te reguleren via vergunningen wordt de uitstoot beperkt.

Uiteindelijk wordt gestreefd naar veranderingen aan het begin van de keten. Denk bijvoorbeeld aan schonere technieken, maar ook aan verandering van gedragsnormen. Het op korte afstanden kiezen voor vervoer per fiets is een voorbeeld van zo’n aangepaste gedragsnorm.

Het is belangrijk om te realiseren dat normen niet alleen worden vastgesteld op basis van gezondheidskundige overwegingen, maar dat technische en politieke haalbaarheid en sociaal-economische overwegingen ook een belangrijke rol spelen. Normen zijn dus een compromis.

De onderzoeksresultaten: geaccepteerde risiconiveaus lopen sterk uiteen

Deze literatuurstudie laat zien dat er fundamentele verschillen optreden bij de normstelling voor luchtverontreiniging in het milieu in vergelijking met andere domeinen en milieufactoren. De geaccepteerde gezondheidsrisico’s door fijnstof en NO2 liggen tot in de ordegrootte van honderden tot tienduizenden malen hoger dan dat van toxische en kankerverwekkende stoffen.

We verwachten dat de verschillen in werkelijke ziektelast groter zullen zijn, gezien verschillen in de hoogte van de actuele blootstellingen en de aantallen blootgestelde mensen. Aan luchtvervuiling door fijnstof en NO2 worden veel meer mensen blootgesteld en aan veel hogere concentraties, dan bij de andere stoffen het geval is.