In opdracht van de NAM heeft Royal HaskoningDHV een herafweging verwerking productiewater Schoonebeek uitgevoerd.

©NAM - Overzicht van een waterinjectielocatie in Twente


Op dit moment wordt het productiewater van oliewinning uit het Schoonebeek-veld middels een ondergrondse leiding naar gasvelden in de regio Twente getransporteerd, waaruit NAM in het verleden gas heeft gewonnen. In 2006 is hiertoe een Milieu Effect Rapportage in 2006 opgesteld. De verwerking van productiewater via waterinjectie in Twente werd als meest geschikte methode geselecteerd bij de Milieu Effectrapportage (MER). In daarop verleende waterinjectievergunningen is voorgeschreven dat elke 6 jaar een herafweging gemaakt dient te worden, of injectie in leeg geproduceerde gasvelden in Twente nog steeds de meest geschikte verwerkingsmethode voor het productiewater van Schoonebeek is.

De adviseurs van Royal HaskoningDHV onderzochten voor deze herafweging alle mogelijke waterzuiveringstechnieken en opslagreservoirs opnieuw, inclusief alternatieve vormen voor waterinjectie. Op basis van de bevindingen zijn vier alternatieven ontwikkeld en getoetst op hoofdlijnen, waarbij gekeken is naar de milieu effecten, de risico’s op korte termijn (gedurende de operationele fase), de risico’s op lange termijn (mogelijke gevolgen voor volgende generaties) en de kosten. Zowel bij de milieuafweging als bij de risico inschatting geldt dat veiligheid en gezondheid voor mens, dier en milieu geborgd dienen te zijn.

De bevindingen in hoofdlijnen

  • Er zijn andere mogelijkheden om te komen tot afname van de hoeveelheid productiewater Het eerste alternatief is gebaseerd op een volledige zuivering van het productiewater, zodanig dat de resterende waterstroom schoon en zoet genoeg is om op het oppervlaktewater te lozen. Hiermee komen het water en alle stoffen die uit het productiewater gezuiverd worden in de biosfeer terecht. De waterzuivering bestaat uit destillatie en kristallisatie, en levert een gemengd zout dat geen nuttige toepassing heeft, maar bovengronds gestort moet worden. De hoeveelheid te storten zout bedraagt 200 ton per dag, afnemend naar 60 ton aan het eind van de oliewinningsperiode. Met behulp van een extra zuiveringstap kunnen puur zout en kalk worden geproduceerd, wat in potentie herbruikbaar is. Voor deze optimalisatie is onderzocht of er een markt aanwezig is voor hergebruik.
  • Het tweede alternatief bestaat uit het verwijderen van stoffen uit het productiewater, zodanig dat er schoon zoutwater overblijft. Hierdoor is de hoeveelheid reststoffen veel beperkter dan bij het eerste alternatief. Er wordt gebruik gemaakt van een biologische zuivering. Het schone zoutwater kan met een pijpleiding worden afgevoerd naar zee, in de Eems. Hierbij kan worden aangesloten op bestaande pijpleidingen van bedrijven, die daarmee hun afvalwater momenteel ook al afvoeren naar de Eems.
  • Het derde alternatief is vergelijkbaar met het eerste alternatief, waarbij de waterzuivering uit destillatie bestaat, maar zonder kristallisatie. Hierdoor ontstaat een schoon water stroom die geloosd kan worden op het oppervlaktewater (circa 75% van de hoeveelheid productiewater) en een ingedikte waterstroom met hogere concentraties, aangeduid als brijn. Het brijn wordt geïnjecteerd in leeg geproduceerde gasvelden. Doordat de hoeveelheid slechts 25% bedraagt van de hoeveelheid productiewater, is minder opslagcapaciteit nodig. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het Rossum-Weerselo veld of een gasveld in Drenthe.
  • Het vierde alternatief beschrijft de mogelijkheid de totale hoeveelheid productiewater te injecteren in leeg geproduceerde gasvelden in Twente en Drenthe. Daarbij zijn de velden Rossum-Weerselo, Schoonebeek Gas en Coevorden geselecteerd. Bij dit alternatief zijn varianten onderzocht waarbij minder mijnbouwhulpstoffen worden toegepast. Dit is mogelijk door bestaande leidingen te vervangen door leidingen met specifieke eigenschappen. Tevens is een beperkte waterzuivering onderzocht om te voorkomen dat specifieke stoffen in de transportleidingen en in de diepe ondergrond komen.

De zorgen uit de regio zijn expliciet nader verkend, mede tijdens bewonersavonden in de regio. In het onderzoek zijn bij de alternatieven getracht de zorgen te ondervangen. In een apart zorgpuntennotitie is hier uitgebreid op ingegaan.

Deze herafweging leidt tot nieuwe inzichten in verwerkingsmogelijkheden van het productiewater. Deze bevindingen in een tussenrapport zijn in hoofdlijnen gepresenteerd aan de Minister van EZ, de Commissie voor de m.e.r., de NAM en andere stakeholders.

Contact

Suzette Schreuder

Press Officer Global and the Netherlands

Amersfoort, NL

Verstuur bericht Verstuur bericht

Gerelateerde markten