20 aug 2020

Op 1 juli 2020 is een wijziging van de Activiteitenregeling in werking getreden. Er zijn nieuwe voorschriften uit PGS31 ‘Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties' in de regeling opgenomen. In de Activiteitenregeling werd vóór 1 juli 2020 nog voor de opslag van ADR 8 stoffen zonder bijkomend gevaar (verpakkingsgroep II en III) en ADR 5.1 vloeistoffen gebruik gemaakt van voorschriften uit de “oude” PGS30.

Die voorschriften uit de PGS30 zijn echter nu niet meer van toepassing. Er komen ook geen nieuwe voorschriften uit de “nieuwe” PGS31 voor in de plaats. De opslag van deze stoffen zijn volgens een onderzoek van het RIVM alleen nog maar relevant voor bodembescherming en niet meer relevant voor externe veiligheid. Als er geen ondergrondse leidingen op de bovengrondse tanks zijn aangesloten hoeven de tanks ook niet BRL K903 gecertificeerd te zijn.

Deze nieuwe algemene voorschriften zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Ze gelden echter alleen voor type B bedrijven (meldingsplichtig) en niet voor bedrijven met een milieuvergunning (type C), waar dit in de vergunning is geregeld. Deze bevat meestal zwaardere eisen dan nu in de algemene regels zijn opgenomen. U kunt een verzoek indienen (d.m.v. een verzoek verandering voorschriften) om aan te sluiten bij de algemene regels van de Activiteitenregeling en hiermee de eisen gelijk te trekken.