28 sep 2021

De focus in ons werk in water voor de industrie is aan het verschuiven. Oorspronkelijk lag onze focus op het behandelen en mogelijk hergebruiken van water. Nu schuift de focus steeds meer op richting de vraag wat er met het zout moet gebeuren. Door de groeiende behoefte en noodzaak aan waterhergebruik stijgen de zoutconcentraties in waterlozingen. Bij hoogwaardige technieken als Reverse Osmosis (RO) is dit probleem nog groter door de productie van brijn. Oorspronkelijk konden deze zoutlozingen worden opgevangen in betrouwbare en grote rivieren. Door de schommelende debieten in de rivieren door klimaatverandering en watertekorten is er niet altijd genoeg lozingsruimte in deze rivieren voor nog meer zouten.

Voor de verwerking van restzouten zijn verschillende mogelijkheden:

  • Hergebruik van zout
  • Lozing op zoetwater (rivieren)
  • Lozing op zout of brak water
  • Ondergrondse opslag in oude mijnen en gas/oliewinningslocaties
  • Storten.

De limieten aan zoutlozing op rivieren kan de bedrijfsvoering van industrie in de weg zitten. Alleen als de fabriek zich dichtbij de zee bevindt, is er geen probleem. Bij een grotere afstand tot de zee lopen de kosten voor verwerking van het brijn snel op. Hierbij moet worden gedacht aan de verkleining van het volume van deze stroom tot het produceren van een droge zoutstroom als het naar oude mijnen of stortplaatsen moet worden afgevoerd.

Bij membraanprocessen (RO/NF, MaxH2O, closed circuit RO, EDR etc.) zijn de praktisch haalbare concentraties 7-15% TDS, hierna wordt scaling limiterend. Hogere concentraties kunnen alleen worden bereikt door verdamping of kristallisatie. Dit zijn energie-intensieve processen, zelfs als ze geoptimaliseerd zijn voor energieverbruik. Door thermische of mechanische dampcompressie, het hergebruik van restwarmte in combinatie met conventionele of vacuumtechnieken of alternatievemethoden als Galicos, membraandestillatie en Genesis kan het energieverbruik iets worden verlaagd. Met deze vergaande technieken kunnen zoutconcentraties van 70-80% worden behaald. De brijnstroom is flink kleiner geworden, maar de kosten zijn aanzienlijk.

De vraag die we onszelf hierbij moet stellen is: was dit inderdaad het probleem dat we willen oplossen? De oplossing voor zouten is namelijk niet hoe je er vanaf komt, maar wat je ervan kunt maken. Hoewel er strikte eisen zijn voor hergebruik, is het zeker een lange termijn oplossing. Royal HaskoningDHV is betrokken bij een aantal initiatieven die het potentieel van brijn laten zien:

  1. Een start-up die asbest wil vernietigen met behulp van zure industriële brijnstromen. Het doel is om uit deze stromen nieuwe producten te produceren, zoals CaCl2, silica en gips. Door de sluiting van kolencentrales is de gipsproductie aan het dalen, waardoor dit economisch steeds aantrekkelijker wordt.
  2. Een project voor herwinning van ammoniak uit slibdroogcondensaat. Dit ammoniak kan worden hergebruikt in de verbrander van de DENOX.
  3. De staalindustrie wil haar restzuren hergebruiken door pyrohydrolyse of vriescrystallisatie (Nuvest). Hieruit kan HCl, ijzeroxiden en ijzersulfaat worden gewonnen.

Bovenstaande voorbeelden tonen aan dat geconcentreerde brijnstromen de basis kunnen zijn voor het maken van bijproducten. Zout in producten omzetten kan zelfs economisch aantrekkelijk worden. Laten we samen hiervoor de beste oplossing vinden, zeker als ‘zout hoort in de zee’ moeilijk te realiseren is.