26 sep 2018

De organische stoffen in het zeefgoed van afvalwater kunnen worden omgezet in vetzuren. En die kunnen meteen worden ingezet voor het optimaliseren van het zuiveringsproces. Royal HaskoningDHV onderzoekt samen met STOWA hoe goed dat werkt.

Mathijs Oosterhuis, business developer bij Royal HaskoningDHV: ‘Door toepassing van een influentzeef kan een zuivering meer afvalwater verwerken, de capaciteit neemt toe. Tegelijkertijd willen we met z’n allen meer waarde uit afvalwater halen. Er wordt dus op allerlei manieren gekeken naar de mogelijkheid om het zeefgoed te benutten. Dan gaat het vooral om de cellulose in toiletpapier. Dat kun je volledig opwerken naar een grondstof die weer diverse toepassingen kent. Dat is best een intensief en kostbaar proces en de markt is nog niet zo sterk ontwikkeld, door de ‘vieze’ herkomst en de hoge kosten.

Maar je kunt het ook eenvoudiger aanpakken. Wij voegen nog een kleur aan het palet toe, door de mogelijkheid te onderzoeken om het zeefgoed als geheel te benutten. In ons vooronderzoek hebben we al kunnen vaststellen dat de organische stof in zeefgoed (waaronder dus cellulose) goed om te zetten is in vetzuren, zoals azijnzuur. Dat kun je gebruiken voor bioplastics, maar je kunt er ook het zuiveringsproces mee versnellen en verbeteren. Dat is kostentechnisch interessant. En de vetzuren kunnen van pas komen bij het terugwinnen van fosfaat uit afvalwater. Het zeefgoed is bovendien relatief goed te ontwateren tot 30 à 40 procent droge stof. Dat is goed te transporteren, als je het bijvoorbeeld op een andere locatie wilt verzuren en benutten.

Vorig jaar hebben we met de waterschappen Vallei en Veluwe en Aa en Maas een klein vooronderzoek gedaan in ons eigen lab, met bescheiden hoeveelheden. Sinds mei doen we experimenten op de Rijksuniversiteit Groningen met een continu reactor. Het onderzoek wordt gefinancierd door de STOWA, een collega van me gaat erop afstuderen.

In het onderzoek willen we erachter komen welke fractie van de organische stoffen we kunnen omzetten naar vetzuren. Haal je 60 procent en zet je die vetzuren in voor bioplastics of voor optimalisering van de zuivering, dan heb je een even eenvoudige als goede business case. Daarbij kijken we ook naar het meest optimale reactorontwerp: het moet een eenvoudige en robuuste reactor zijn en de omzetting van vetzuren in methaan willen we zoveel mogelijk voorkomen. Aan het eind van het jaar weten we meer.’