5 apr 2017
Op 3 april vond in het Science Centre in Delft het congres ‘Sociale innovatie in de energietransitie’ plaats, vanwege het 175-jarig bestaan van de TU Delft. Prinses Laurentien sprak er met kinderen over de energietransitie. Rene Idema, Strategie en Management Consultant bij Royal HaskoningDHV was één van de sprekers.

De Nederlandse energiesector heeft voor verduurzaming en de energietransitie veel oplossingen beschikbaar. Maar deze oplossingen zijn vooral technisch van aard, zoals slimme thermostaten en energie in batterijen. Onderzoek naar de sociale en gedragsmatige facetten van duurzaamheid en energie blijft achter.

Ingenieurs, beleidsmakers, bestuurders en wetenschappers presenteerden - en bespraken - tijdens zes plenaire en zes parallelsessies op het congres dilemma’s en vragen als: Kan sociale innovatie een technologische energie-innovatie versterken of juist in de weg zitten? Wat kunnen studenten doen om de energietransitie te versnellen? Hoe ziet het Nederlandse energielandschap er uit in 2050? Wie zijn de winnaars en verliezers van de energietransitie?

De Missing Chapter Foundation onder leiding van Laurentien van Oranje sprak in de ochtend met besluitvormers en kinderen van een Delftse basisschool over de vraag hoe sociale innovatie bij kan dragen aan een succesvolle energietransitie. Volgens de kinderen is het eenvoudig: “Als we dit allemaal samen willen, dan moet de overheid toch gewoon de wet aanpassen?”

René Idema gaf in het afsluitende blok een reisverslag van de ontdekkingstocht met 25 sleutelfiguren en innovatoren uit Nederland om te komen tot een versnelling van de energietransitie (zie ook www.energieversnelling.nl).

René Idema: “Laten we in het verlengde van de uitgebreide ervaring en kennis van de 25 sleutelfiguren samen een sociaal onderzoeksprogramma uitwerken, met aandacht voor thema’s als governance, macht, maatschappelijke waarden, technologie-ontwikkeling, de rol van storytelling en climate fiction. We kunnen daarin een voorstel opnemen voor evaluatie van het Energieakkoord vanuit het perspectief van transitietheorie.”