8 apr 2021

Geen uitlaatgassen van vrachtwagens of bedrijfsbusjes meer in de stad; dat is een doel in het Nederlandse Klimaatakkoord. Door hier op in te zetten, gaat de uitstoot van schadelijke stoffen naar beneden en worden (binnen)steden gezonder en prettiger om in te vertoeven. Maar het geeft ook nieuwe uitdagingen aan de bevoorrading van winkels en horeca, pakketdiensten en afvalinzameling. In opdracht van Regio Twente, onderzocht Royal HaskoningDHV de kansen en gevolgen van schone logistiek voor alle kernen in Twente. 

Op nationaal niveau wordt al volop doorgepakt met de invoering van CO2 vrije binnensteden. Zo is de landelijke uitvoeringsagenda Stadslogistiek op 9 februari getekend door staatssecretaris van Veldhoven en een groot aantal steden, waar per 2025 de zgn. Zero Emissie Stadslogistiek (ZES) wordt ingevoerd. Onze grote steden Enschede, Almelo en Hengelo hebben ook al stappen gezet met onderzoek naar een mogelijke ZES-zone. Royal HaskoningDHV deed onderzoek naar duurzame binnenstadslogistiek voor de kleinere kernen in Twente. Het onderzoek laat zien welke mogelijke gevolgen en kansen de ZES biedt voor de kleinere kernen in de regio. Maar het geeft vooral aan hoe we op termijn alle kernen schoon en veilig kunnen bevoorraden en het tegelijk voor de vervoerders en ondernemers prettig ondernemen blijft.  

Resultaten

Verschillende partijen werkten mee aan het onderzoek, via enquêtes en interviews. De gemeenten Borne, Twenterand, Almelo en Hengelo fungeerden als voorbeeldgemeenten. Uit het onderzoek kwamen duidelijke conclusies. Zo lopen er in Twente al meerdere initiatieven (publieke en private) voor het terugdringen van CO2 bij goederenvervoer door bijvoorbeeld het opzetten van logistieke hubs. Kleinere kernen profiteren indirect van de invoering van ZES in de grotere kernen, maar kunnen ook via eigen maatregelen zelf meer faciliteren en stimuleren. Het bedrijfsleven vraagt om duidelijke afspraken: ‘wanneer moet men waar uitstootvrij zijn én welke regels gaan waar per wanneer gelden?’ Door dit ruim van te voren aan te geven kunnen ondernemers hier rekening mee houden in hun planning en investeringen. De vervoerders zien het liefst een uniforme Twentse aanpak van regelgeving. 

Routekaart

Met bovengenoemde resultaten, hebben de gemeenten besloten om, samen met het bedrijfsleven en provincie Overijssel, te onderzoeken of een regionale routekaart hier uitsluitsel kan bieden voor alle partijen. Zo’n routekaart geeft aan of, wanneer en waar welke maatregelen worden ingevoerd. Maatregelen kunnen locaties voor laadinfrastructuur, goederenhubs en aangepaste venstertijden zijn. Ook kunnen er evaluatiemomenten worden ingesteld, zodat we samen kunnen kijken of bijvoorbeeld de maatregelen voor iedereen financieel haalbaar zijn. De keuze voor het wel of niet invoeren van een maatregel blijft bij elke afzonderlijke gemeente liggen.

Wethouder Arjen Maathuis van gemeente Almelo – tevens bestuurlijk trekker van dit regionale onderzoek – vertelt: “In deze moeilijke tijden voor de binnenstadsondernemers willen we geen dwingende en dure regels opleggen. Stimuleren van duurzame initiatieven past veel beter in deze tijd. Daarom willen we samen met deze ondernemers en vervoerders onderzoeken of een routekaart moet worden opgesteld. Als over een paar jaar blijkt dat de ontwikkelingen veel sneller gaan dan we dachten, kunnen we weer samen om tafel om de routekaart aan te passen.”