30 sep 2021

Slechts voor een enkele PFAS-verbinding is nu een grenswaarde vastgesteld. Voor meer stoffen zijn normen aangekondigd. Emissies naar o.a. water moeten worden beperkt en restricties op productie en gebruik in de EU zijn in voorbereiding.

Mensen in Nederland krijgen te veel Poly- en Perfluoralkylstoffen (PFAS) binnen via voedsel en drinkwater. PFAS is een groep van kunstmatig gemaakte chemische stoffen die niet van nature in het milieu voorkomen. De eigenschappen van deze stoffen verschillen per individuele PFAS. De ene PFAS verspreidt zich sneller of is schadelijker dan de andere PFAS. 

Over de stoffen PFOS, PFOA en FRD903 is relatief veel kennis beschikbaar en er is nog onderzoek gaande. Over andere PFAS is nog weinig bekend. Wel bekend is dat ze:

  • Niet of nauwelijks afbreken in het milieu (persistent);
  • Schadelijke effecten kunnen geven in mensen en het milieu (toxisch);
  • Gemakkelijk en breed verspreiden in het milieu (mobiel) en/of
  • Kunnen ophopen in menselijke en dierlijke weefsels en planten (bioaccumulerend).

PFAS zijn als groep ook ‘opkomende stoffen’. De Europese restrictie op het gebruik PFOS (>2010) en PFOA (>2017) heeft geleid tot productie en gebruik van andere PFAS-alternatieven, welke dan ook steeds vaker worden gemeten in bijvoorbeeld afvalwatermonsters, oppervlaktewateren en biota. Analysemethoden kunnen inmiddels ook meer PFAS-stoffen en lagere gehaltes meten.

Meten is weten | Royal HaskoningDHV

Wet- en regelgeving

Bedrijven moeten ZZS en pZZS inventariseren en voor ZZS de emissies naar verschillende milieucompartimenten zo goed mogelijk terugdringen. Het RIVM heeft inmiddels 51 PFAS als ZZS aangemerkt. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland beschouwt daarbij de PFAS die pZZS zijn ook als ZZS, wat aanvullende eisen oplevert voor minimalisatie.

Oppervlaktewaternormen zijn er nu alleen voor PFOA PFOS en FRD903 (GenX-technologie), waaraan kan worden getoetst bij lozing van afvalwater. Het RIVM is inmiddels verzocht indicatieve normen af te leiden voor individuele (overige) PFAS.

Voor afvalwater van grondbanken en grondreinigers is er een set van uniforme voorwaarden die gebruikt kunnen worden door bevoegd gezag bij het maken van een afweging voor het toestaan van lozingen van PFAS-houdend afvalwater.

Ontwikkelingen

In Europa is in juli 2021 een voorstel tot een verbod op alle PFAS ingediend. Nederland is initiatiefnemer samen met Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen. Volgens deze lidstaten rechtvaardigen gemeenschappelijke zorgaspecten een algemeen verbod, ook al zijn er verschillen in eigenschappen tussen PFAS-stoffen.

Eind vorig jaar heeft de Europese Voedselveiligheid Autoriteit (EFSA) een nieuwe gezondheidskundige norm afgeleid voor PFAS, die het RIVM nu ook gebruikt voor risicobeoordelingen en normstellingen. Dit heeft in juni 2021 o.a. geleid tot een nieuwe biota-norm voor vis, welke ook van invloed zal zijn op de oppervlaktewater kwaliteitseis (MKE). Hierover zal het RIVM later rapporteren. Aangezien de gezondheidsnorm strenger is geworden, kan worden verwacht dat oppervlaktewaternormen strenger worden (ng/L of wellicht nog zelfs lager).

Gevolgen en aandachtspunten voor bedrijven

Er zal in de vergunningsprocedure meer aandacht worden gegeven aan PFAS-emissies. Van belang is dus allereerst te weten of en zo ja welke PFAS voorkomen in emissies via monitoring van afvalwater bijvoorbeeld voor en na een aanwezige eigen (biologische) zuivering. Recent voorbeeld hierbij is de lozing door 3M van PFAS in de Westerschelde.

Zitten PFAS in de grondstoffen die worden gebruikt, zo ja zijn er eventueel alternatieven voor? 
Relevant voor afvalverwerkers: zijn PFAS aanwezig in ingenomen afvalstromen? Zijn de installaties in staat ze te verwerken, concentreren of af te vangen? 

Ter beperking van emissies kan worden overwogen de afvalwaterstroom te gaan filteren en/of over specifieke adsorberende materialen te leiden, zodat PFAS vanuit de waterfase worden gevangen en geconcentreerd op vaste fase die dan kan worden verbrand. Verbranding is vooralsnog de enige bewezen manier om de sterke koolstof-fluor verbinding te breken. 

Actief kool kan relatief goed worden gebruikt voor adsorptie, maar kent beperkingen met betrekking tot bijvoorbeeld capaciteit, dichtslibben en verdringing door contaminanten uit andere stofgroepen. Ook zijn er andere commerciële technieken met bindende polymeren of immobiliserende reagentia die mogelijk tot hoge verwijderingspercentages leiden.

Voor vragen kunt u contact opnemen met de auteurs van dit artikel.