15 dec 2020

Gepubliceerd in Cobouw / Auteur: Yvonne Ton

Cobouw sprak met onze global director digital twins naar aanleiding van diens benoeming tot voorzitter van de nieuwe werkgroep Digital Twins van buildingSMART International.
Hieronder met toestemming van de redactie de integrale tekst:

Bart Brink | RoyalHaskoning | Foto: Dolph CantrijnFoto: Dolph Cantrijn

Carrière | Bart Brink: ‘Nederland kan gidsland worden op het gebied van digital twins’

Als voorzitter van de nieuwe werkgroep Digital Twins van buildingSMART International wil Bart Brink met een twintigtal wereldwijde koplopers de digitale transformatie van de gebouwde omgeving vooruit helpen door kennis te delen, inspiratie te bieden en standaarden te ontwikkelen. Hij hoopt dat dat platform over een paar jaar overbodig is, omdat digital twins dan sectorbreed gemeengoed zijn geworden. Brink combineert zijn voorzitterschap met een functie als global director digital twins bij Royal HaskoningDHV.

Hoe grootschalig zijn digital twins al in gebruik en waar gebruiken we ze voor?

“Er is wereldwijd niet één definitie van het concept. Het wordt ontzettend verschillend vermarkt. Dat is niet goed of fout. Heel veel partijen omarmen het, maar gebruiken het voor wat vanuit hun perspectief logisch is. Daar komt bij dat de ontwikkeling net begonnen is. Het is niet alleen een nieuwe technische oplossing, maar een transitie in de markt die steeds groter wordt. Tegelijkertijd zijn er wereldwijd nog geen duizenden digital twins, zeker niet van wat complexere omgevingen zoals een stad, een fabriek, een weg of een waterzuivering. We gaan steeds meer data verzamelen over de fysieke omgeving en gebruiken die om besluiten te nemen. We hebben digital twins nodig om snellere en betere besluitvorming met elkaar te realiseren.”

En in hoeverre is de bouw ermee bezig?

“Het is niet een sector die voorop loopt. Je ziet heel vaak dat digital twins en smart buildings aan elkaar gekoppeld worden door informatie over het gebruik van het gebouw te verzamelen en de gebruiker daarover te informeren. Dat zijn rudimentaire eerste stapjes, maar er zit nog niet zo veel intelligentie in. Het gaat om meer dan het visualiseren van data. Digital twins zijn met name interessant in een dynamische omgeving, zoals het spoor. NS en ProRail zijn er bijvoorbeeld heel sterk mee bezig. We hebben al heel veel data over treinen en het gedrag van reizigers. Die kun je ook gebruiken om te kijken hoe je stations het beste kan inrichten. Zo kun je ook digital twins ontwikkelen voor havens of vliegvelden.”

En hoe zit het met complexe infra, zoals sluizen?

“Daar zie je het ook in toenemende mate. Als we nu een sluis opleveren, passen we al veel meer telemetrie en sensoren toe om informatie te verzamelen over de werking van die sluis.”

Om daar je beheer mee te verbeteren?

“Ook. De toegevoegde waarde zit deels in het beheer en onderhoud van de asset, de sluis, maar het gaat ook om het gebruik. Een groot deel van de waarde van een digital twin zit in het gebruik beter aan te laten sluiten op de behoefte. Dat maakt dit concept zo sterk. Het is breder dan alleen de asset en het onderhoud. Hoe dynamischer de omgeving hoe interessanter.”

Hoe verhouden BIM en digital twinning zich tot elkaar?

“BIM is de basis, de fundering voor een digital twin. Het is een transitie die al even loopt waarin we proberen op een goede manier om te gaan met informatie in het ontwerp- en beheerproces. BIM en 3D zijn niet hetzelfde. Het 3D-model is een resultante van het feit dat je informatie op een slimmere en consistentere manier opbouwt. Als je dat goed doet, kun je daarbovenop extra toepassingen zetten, zoals een simulatiemodel om onderhoud te optimaliseren. BIM is dus een belangrijke randvoorwaarde om tot digital twins te komen.”

Hoe presteert Nederland in vergelijking met andere landen?

“Nederland doet het best goed, maar de activiteiten zijn wel heel versnipperd. In specifieke sectoren lopen we soms aardig voorop, maar we hebben geen sterke nationale agenda, zoals het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld dat een paar jaar verder is. Het is belangrijk dat wij als land hier een visie op gaan vormen, anders gaat Europa het opleggen. Er liggen veel kansen voor Nederland om gidsland te worden, omdat we al zo veel hebben gedigitaliseerd en veel bedrijven hebben die er al ver mee zijn. Dan moeten we het wel als nationale agenda omarmen in plaats van het blijven zien als versnipperd initiatief.”

Het onderwerp lijkt ook wel wat hyperigs te krijgen.

“Is dat verkeerd? Nee, want het zorgt er onder andere voor dat er dialoog ontstaat over de digitale transitie van de gebouwde omgeving, wat we daarvan vinden en welke keuzes dat vraagt. Moet alle informatie uit onze fysieke omgeving bijvoorbeeld op een publiek platform of mag het ook een privaat platform zijn? Tegelijkertijd geeft iedereen er zijn eigen invulling aan. Wat vroeger een dashboard was, noemen we ineens een digital twin van een stad. We hebben greenwashing gehad en nu misschien een beetje digital-twin-washing. Dat is ook hoe de markt werkt. Dat is niet verkeerd, als er maar een dialoog op verschillende niveaus ontstaat over wat dit betekent en vraagt. Het gaat erom dat er uiteindelijk geen versnipperd landschap ontstaat, maar een ecosysteem. Iedere partij heeft een rol; of het nou een onderhoudsbedrijf is, een aannemer of een ingenieursbureau. Daarom zijn gezamenlijke spelregels en eenduidige begripsvorming zo belangrijk.”

Bart Brink, voorzitter werkgroep Digital Twins, buildingSmart International

Bart Brink (Den Bosch, 1981) volgde een studie bouwkunde – met de focus op constructief ontwerpen en bouwinformatica – aan de TU Eindhoven en daarna een executive MBA bij de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. De combinatie van techniek en digital business bleek een mooie basis voor zijn huidige functie van global director Digital Twins die hij nu ruim een jaar vervult bij ingenieursbureau Royal HaskoningDHV. Sinds september leidt hij daarnaast als voorzitter de werkgroep Digital Twins van buildingSMART International.