Nederland moet in 2050 van het gas af, met gemeenten als regisseur voor de wijkgerichte aanpak. Hoe kunnen gemeenten de warmtetransitie versnellen? Hoe kunnen gemeenten structuur en zekerheid ervaren én bieden in een inherent onzekere tijd? Welke rollen kunnen de gemeenten aannemen bij de ontwikkeling van collectieve warmtenetten en welke verantwoordelijkheden horen hierbij? Je leest het in dit blog.

Het wordt spannend

Spanning, een woord dat vaak in één zin genoemd wordt met de energietransitie. Erg toepasselijk, niet alleen voor elektriciteit, maar ook voor warmte. Het Klimaatakkoord schrijft namelijk voor dat de gebouwde omgeving in 2050 volledig aardgasvrij moet zijn, en dat is nogal een spannende opgave.

Spannend staat in de van Dale als ‘’teweegbrengend: een spannende roman’’. Alhoewel over de definitie ‘spannende roman’ gediscussieerd kan worden als het gaat over de energietransitie, is ‘teweegbrengend’ erg passend en hoopvol. Teweegbrengen brengt een belofte van verandering met zich mee. Verandering die essentieel is in een transitie. Of zoals het Klimaatakkoord het noemt in relatie tot de warmtetransitie ''een duurzame transformatie van de gebouwde omgeving''. Bij spanning mag de definitie van spannen niet vergeten worden, namelijk ‘’drukken, knellen: het zal erom spannen, het zal net wel of net niet lukken’’. Het stoppen met gebruiken van fossiele brandstoffen om woningen en gebouwen te verwarmen voor 2050 is een grote uitdaging en dit mag niet vergeten worden.

Gemeenten in de lead

Gemeenten zijn de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving, aldus het Klimaatakkoord. Warmte-infrastructuur, warmte-opslag en warmtebronnen hebben een lokaal karakter en gemeenten zijn dus logischerwijs in de lead om dit in goede banen te leiden. Een transitie brengt onzekerheid met zich mee en maakt het lastig om zichtbaar resultaat op korte termijn te garanderen, terwijl gemeenten daar (politiek) op afgerekend worden. Hoe zorg je dat je als gemeente systematisch werkt naar die stip op de verre horizon, aardgasvrij in 2050?
 
In de warmtetransitie kan de gemeente momenteel de rol van facilitator, reguleerder of participant/eigenaar aannemen bij de ontwikkeling van collectieve warmtenetten. Hiermee speelt de gemeente een grote rol in het versnellen van de transitie; zekerheid en structuur bieden om van experimenteren naar een nieuwe realiteit van aardgasvrij te gaan. Onderdeel van het kiezen voor een rol is het kiezen van de mate van verantwoordelijkheid die de gemeente op zich neemt. 

Als facilitator ondersteunt de gemeente marktinitiatieven. Hierbij blijft de gemeente onafhankelijk tegenover deze initiatieven en spreekt zij geen voorkeur uit. Dit betreft doorgaans geen staatssteun bij het aanleggen van een warmtenet. De gemeente geeft de vergunning uit en een marktpartij is verantwoordelijk voor de aanleg en exploitatie van het warmtenet. Financieel impliceert dit voor de gemeente kosten om informatie te verschaffen over de verschillende warmteopties aan burgers en initiatieven, en een garantstelling voor de pilot.

Als regulator reguleert de gemeente een collectief warmtenet en besteedt hierbij een concessie aan (het exploitatierecht) voor die voorziening. In deze rol benut de gemeente optimaal marktwerking door voor alle partijen gelijke voorwaarden te scheppen. In deze situatie ligt het exploitatierisico compleet bij de consessiepartij. De tegenprestatie bij een consessieopdracht is hier het recht om het warmtenet te exploiteren. Dit betreft dus geen staatssteun. Het is ook mogelijk om als gemeente te eisen dat er een open net komt met meerdere producenten en leveranciers.

Als partner doorloopt de gemeente met één marktpartij of coöperatie/burgerinitiatief het hele proces van planvorming tot en met de exploitatie van het warmtenet. Vaak is de partij al aanwezig in de gemeente en is er onderling vertrouwen. Een overeenkomst wordt gesloten op basis waarvan de marktpartij het recht krijgt om warmte te leveren onder een aantal randvoorwaarden voor een bepaalde tijd. Hiervoor wordt een concessie gegeven.

Als participant/eigenaar kan de gemeente in een publiek-private samenwerking stappen om een warmtenet te realiseren of een warmtebedrijf te starten. De gemeente kan ook zelf een warmtebedrijf realiseren. Bij deze rol heeft de gemeente kosten op het gebied van financiële participatie van het warmtenetwerk. Daarnaast impliceert dit voor de gemeente kosten om informatie te verschaffen over de verschillende warmteopties aan burgers en initiatieven, en een garantstelling voor de pilot. 

Bovenstaande regierol voor gemeenten wordt wettelijk vastgelegd in de nieuwe Warmtewet. De gemeente krijgt onder de nieuwe Warmtewet, die waarschijnlijk in 2022 in werking treedt, mogelijk de bevoegdheid om een warmtekavel vast te stellen en dus de rol van regulator. Een warmtekavel is een gebiedsafbakening, waarbinnen collectieve warmte overwogen wordt. Hiermee kan de gemeente voorkeurstechnieken voor collectieve warmte aangeven voor bepaalde gebieden en een warmtebedrijf selecteren per gebied (warmtekavel). Ook kan de gemeente ervoor kiezen zelf een warmtebedrijf op te zetten. Het vaststellen van een warmtekavel moet gebeuren via een transparante selectieprocedure. Deze procedure vervangt de huidige verplichte aanbestedingsprocedure voor de concessieopdracht voor diensten. Het door de gemeente aangewezen warmtebedrijf krijgt een exclusief recht, voor een periode van minimaal 20 en maximaal 30 jaar, om warmte te transporteren en te leveren binnen de warmtekavel. Deze periode is nodig om tot een rendabele exploitatie te komen. Het warmtebedrijf heeft het economisch eigendom van een warmtenet.

De Warmtewet 2.0 adresseert het spanningsveld tussen betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid en tracht hiermee structuur en zekerheid te bieden aan de warmteleveranciers en afnemers van collectieve warmte. Verder probeert het wetsvoorstel in te spelen op de transitie en verandering die dit met zich meebrengt door ''de regelgeving voor collectieve warmtelevering beter te laten aansluiten op toekomstige ontwikkelingen in het kader van de energietransitie'' (Memorie van Toelichting). Via de warmtekavels hebben de gemeenten regie over waar wat gebeurt en door wie in de warmtetransitie. Hiermee kunnen ze ook de regierol zoals beoogd in het Klimaatakkoord nemen.

De vraag is of dit volstaat. Brengt deze wettelijke verankering genoeg zekerheid om van experimenteren naar een nieuwe werkelijkheid te komen? Waarschijnlijk blijft het desondanks een zoektocht voor gemeenten. Gemeenten zijn vaak nog zoekende hoe ze de nieuwe regierol en bijhorende taken in gaan vullen en maken zich zorgen over de uitvoerbaarheid van de warmtetransitie. Veel gemeenten, en dan voornamelijk de kleinere, hebben weinig kennis en kunde. Je ziet veelal dat kleine gemeenten één of enkele (beleids)medewerkers op verschillende dossiers hebben zoals energie, duurzaamheid, milieu terwijl de warmtetransitie tijd, aandacht en (o.a. technische) expertise vraagt. Hoe zorg je dat het hier niet op vastloopt?

We moeten samenwerken 


Onderdeel van de oplossing is samenwerking en een gedeelde verantwoordelijkheid in de uitvoering. Het besef dat samenwerking noodzakelijk is in de warmtetransitie begint steeds meer te komen. Overheden, ondernemingen, maatschappelijke organisaties, inwonersinitiatieven en particulieren zijn tenslotte allemaal spelers in het warmteveld (of warmtekavel 😉). 

Gemeenten bundelen al vaak hun krachten en stellen samen transitievisies warmte op. Verder zijn woningcorporaties logische partners met hun rol als ‘startmotor’ van de energietransitie. Via prestatieafspraken kunnen woningcorporaties en gemeenten samen ambities stellen. Belangenrijk hierbij is het onderling afstemmen van investeringsplannen. Netbeheerder, energiecoöporatie, woningcorporatie en gemeente werken samen aan de warmtetransitie en er zijn zelfs gemeenten en bedrijven die samen een energiecoöperatie oprichten. 

We zijn er echter nog niet. Er is nog veel te doen aan onderlinge afstemming tussen partijen. De grootste uitdaging ligt bij bewoners, de warmtetransitie komt immers letterlijk achter de voordeur als woningen van het gas af moeten. Kortom, inzetten op participatie is noodzaak. Het proces met stakeholders dient daarom ook zorgvuldig te worden ingericht. 

Onderlinge kennisdeling is de eerste stap. Kennis over de warmtetransitie op financieel, organisatorisch en juridisch vlak is volop in ontwikkeling. Het is niet nodig het wiel opnieuw uit te vinden en door het leren van elkaar kunnen de gemeenten een gedeelde kennisbasis creëren. Hierdoor hoeft niemand dubbel werk te doen. 

Zullen we een begin maken met deze eerste stap? Kom naar ons webinar voor voorbeelden uit Wageningen en Haarlem. 
 

Samen maken we het verschil 


Royal HaskoningDHV heeft talloze gemeenten geadviseerd over het nieuwe takenpakket ten aanzien van de warmtetransitie en hen ondersteund bij het opstellen van Transitievisies Warmte en Wijkuitvoeringsplannen. Zo heeft Royal HaskoningDHV samen met Innoforte gezorgd voor het opstellen van de Transitievisie Warmte voor Voorne-Putten. Daarbij was Royal HaskoningDHV met name verantwoordelijk voor de participatie en het bestuurlijke proces. 

Verder heeft Royal HaskoningDHV het platform SETuP ontwikkeld. Dit platform maakt kansen inzichtelijk via een dashboard, wat gebruikt kan worden als startpunt voor een dialoog met alle betrokken partijen, van netbeheerder tot de inwoners. Dit zorgt ervoor dat onderbouwde keuzes gemaakt kunnen worden in de warmtetransitie. Vindt u de warmtetransitie nou ook spannend? Wij helpen u om snel tot een breed gedragen Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen te komen. 

Meer weten? Lees hier onze white paper over rollen in de warmtetransitie

Author

 

Veerle Smit

Management and Strategy Consultant
+31883481616


Send message
Send message