Peuters en kleuters hebben er geen enkele moeite mee, vragen stellen. Dat kunnen ze als geen ouder. Op elk antwoord volgt steevast een waarom. Jaren later doodt verplicht onderwijs hun nieuwsgierigheid, want op school leveren vooral goede antwoorden punten op en niet de slimme vragen. Weer jaren later zijn deze kinderen groot, dragen ze als adviseur of ingenieur maatschappelijke verantwoordelijkheid en hebben klanten voor hun antwoorden zelfs geld over.

Meisje naast een vraagteken | Royal HaskoningDHV

Mulisch heeft gezegd, maar waarschijnlijker geschreven: ‘Sommige vragen zijn zo goed dat het jammer zou zijn ze met een antwoord te verknoeien’. Toch, om facturen betaald te krijgen, verlangen klanten antwoorden. Maar zijn ze niet ook gebaat met goede vragen? Ik denk het wel, zeker als ze zelf nalaten die te stellen.

Onze merkbelofte

Onze ‘vier vragen’ maken mij het leven als adviseur stukken makkelijker. Ze geven houvast. Onze merkbelofte ‘Enhancing Society Together’ valt lekker concreet te maken met vragen over belanghebbenden, waardevermeerdering, de toekomst en over het gebruik van energie en grondstoffen. Dat verschaft de zo noodzakelijke nuancering, mocht een project controversieel zijn.

Welke vragen bijvoorbeeld?

Wie zijn blij met het project? Wie zijn tegen? Hoe kunnen we ook aan hun belangen tegemoetkomen?
Hoe kunnen we waarde toevoegen voor klant of samenleving? Wat is de economische, ecologische, technische context? Zijn er voordelen te behalen als het gaat om innovatie, biodiversiteit, emissies van broeikasgas?
Is de aanpak toekomstbestendig? Wat als prijzen veranderen, of de rente, klimaat, waterniveau, technologie, wet- en regelgeving, management? Veroorzaakt de oplossing later of elders in de wereld misschien een probleem?
En als laatste, niet het minst belangrijk, kunnen we iets slims verzinnen met minder gebruik van energie, grondstoffen, chemicaliën, ruimte, materialen en met minder reststoffen?

Zijn die vragen nieuw? Tuurlijk niet. Stellen we ze nog niet? Jawel, veel is al aan de orde maar vaak heel impliciet. Expliciet maken is waardevol. Dat laat namelijk onze verschilligheid zien en brengt ons een breder perspectief.

En als men ons niet wil horen?

Wat doen we als we geen ruimte krijgen om vragen te stellen? Of als we alleen heel onpersoonlijk via internet en binnen een strak format met een afdeling inkoop mogen communiceren? Zien ze, onze klanten, dan in dat ze zichzelf tekort doen? En dat we hun belang beter kunnen dienen als ze ons wel kans geven om goed te luisteren? Want dat, goed luisteren, is toch de meest belangrijke competentie van adviseurs. Laten we vooral relaties koesteren die snappen dat we een eigen verantwoordelijkheid hebben en als groot bureau een plicht. En dat ook wij risico lopen. We willen niet kort-door-de-bocht adviseren, noch bij controversiële thema’s komen met oplossingen die later of elders in de wereld weinig toekomstvast blijken. De samenleving of klant zal ons dan immers aanspreken daarop, ook de klant die vooraf geen tijd wilde nemen voor een goed gesprek over de context.

Dus als onze klanten de vragen niet op tafel leggen, dan doen wij dat. Zo verbreden we onze blik en laten we zien hoe duurzaamheid verweven is in onze manier van werken. Als we dit verzuimen, zijn we nalatig. Én als leden van een trotse beroepsgroep én als medewerkers van een bedrijf dat het verschil wil maken.

Reageren? Graag!