De stikstofdiscussie woedt nog volop in Nederland. Het kabinet is met noodmaatregelen gekomen om de enorme file van opgeschorte plannen weer in beweging te krijgen, maar projecten moeten niettemin individueel worden getoetst. Voor de waterschappen gaat het om vele honderden projecten in vele soorten en maten. De kunst is om tot realistische oplossingen te komen.

Zoals bekend zijn er, om een project weer vlot te trekken, verschillende routes te bewandelen. Centraal staat de vraag in hoeverre er tijdelijk of structureel sprake is van significant negatieve effecten, of een Natura 2000-gebied in de knel komt en welke mogelijkheden bijvoorbeeld het intern en extern salderen biedt. De meest tijdrovende en ingewikkeldste weg is de ADC-toets. Dan moet worden aangetoond dat er geen betere alternatieven zijn, dat er voor het project een dwingende reden van algemeen belang is en dat de schade aan de natuur wordt gecompenseerd.

De vraag is vervolgens: wat is significant negatief? Daarvoor is voor elke route een ecologische beoordeling nodig. Je kijkt dan naar de flora en fauna in een Natura 2000-gebied, de huidige staat, de doelstellingen voor instandhouding, de waarneembare trends. We maken gebruik van beschikbare gegevens en vullen dat waar nodig aan met waarnemingen over de daadwerkelijke huidige staat door onderzoek in het veld. Vervolgens probeer je in beeld te brengen in hoeverre een project daadwerkelijk significant negatieve effecten heeft en wat er reëel haalbaar is op het gebied van salderen en compenseren. Want dat is nu de worsteling in Nederland: voor veel geparkeerde projecten wordt gekeken naar dezelfde externe stikstofbronnen om te verwijderen. Het is te hopen dat de collectieve bronmaatregelen, die de Rijksoverheid ontwikkelt, soelaas bieden voor individuele projecten.

Wij zijn betrokken bij vele vraagstukken rond het stikstofdossier, variërend van een voortoets, een passende beoordeling en de ADC-toets tot de advisering over het vergunningsproces, juridische aspecten en de verkenning van mitigerende maatregelen. Met natuurbescherming als vertrekpunt zoeken we daarbij altijd samen met onze opdrachtgevers naar realistische oplossingen en de optimalisatie daarvan. Soms leidt dat tot een spanning tussen de juridische werkelijkheid en de ecologische werkelijkheid. Juist door daarover in gesprek te blijven en zoveel mogelijk feiten te verzamelen komen we samen op basis van ecologische argumenten tot die noodzakelijke realistische oplossingen.