Water en energie zijn een gelukkige combinatie: onderdeel van de circulaire economie met water als bron van energie en grondstoffen. Waterbeheerders zien dat en verklaren hun beste intenties in een mooie Green Deal. Maar … hoe ingewikkeld is het nu eigenlijk, de energietransitie in het waterbeheer? En ligt dat aan de transitie van het waterbeheer of van de energievoorziening? In ons essay schetsen we drie prikkelende scenario’s over deze samenhang: Flower Power, de waterbeheerder als databeheerder en Waterbeheer B.V. 

Het technische perspectief voor een duurzame energiehuishouding van het waterbeheer richting 2045 is helder. De kansen voor winning van energie uit water en de vele gronden in eigendom van waterbeheerders maken het zondermeer mogelijk om het grootste deel van hun energiebehoefte zelf en duurzaam te produceren. Ze kunnen zelfs goede energieleveranciers worden. Bij elkaar gebruiken alle waterbeheerders in Nederland niet meer energie dan een stad als Utrecht. Dit technische perspectief vertelt ons ook dat elektrificatie de belangrijkste pijler zal worden van de energievoorziening voor het waterbeheer. 

Maatschappelijke opvattingen sturen energietransitie én waterbeheer
De grote vraag voor de energietransitie in het waterbeheer betreft vooral het tempo en het pad dat wordt gevolgd naar 2045. Deze worden bepaald door veranderende maatschappelijke opvattingen in de komende 10 tot 20 jaar en door de veranderende rollen en taken van waterbeheerders die daar mee samenhangen. We schetsen drie scenario’s, gewoon, voor de vuist weg. Drie scenario’s die met een beetje creatief denken passen in de systemische benadering van innovatie en strategie (Combinatorische innovatie, Paul Iske, 2016).

Schema van waterbeheer | Paul Iske | Royal HaskoningDHV

  1. Waterbeheerder wordt databeheerder
    Dit scenario is gebaseerd op een groot geloof in technologie waarbij big data en big systems een grote vlucht nemen. Talloze high-tech-innovaties helpen energie te besparen en het gebruik van energie te optimaliseren. Via het Internet of Things zien we een zelf-organiserend- en lerend systeem ontstaan. Aansturing van spuien en gemalen door koppeling aan intelligentere en betrouwbare weersmodellen. Op maat bepalen van waterbehoeftes door de sensoring met satellieten. Hoe groot is dan nog de stap naar decision systems en climate control?

    Voor de energie-footprint van het waterbeheer bieden slimme toepassingen van big data kansen om te optimaliseren in het gebruik van installaties en te anticiperen op waterstromen. Dat geldt ook voor het drinkwater: er komen andere realtime verdienmodellen, incentives op zuiniger en momentaner gebruik in de concurrentie om zoet water, en dus minder buizen en minder energie. Big data in het water kijkt naar waterbeheer én watersystemen, naar deltawater én drinkwater. De integratie van waterschap en waterbedrijf ligt in het verschiet.

  2. Flower Power in het waterbeheer
    Flower Power is het perspectief dat een slinger in de trend van juridificeren veronderstelt: een samenleving met minder regels, waardoor nieuwe communities tot wasdom komen met alle ruimte voor creatieve en lokale oplossingen. Dit leidt er toe dat water meer en langer verblijft in ‘decentrale, kleinschaliger, intelligente systemen in huis, wijk en regio’. Technieken die helpen om de hang naar lokaal, delen, en circulair gestalte te geven zijn nu al zichtbaar. Denk aan warmteterugwinning in de douche, scheiding van droge en natte afvalstromen in de woning et cetera.

    Vanuit een groter waardebesef en vanuit kaders die onder andere sturen op het totale verbruik van water, CO2 of energie in de product-life-cycle, ligt een lager verbruik van water en energie voor de hand. Er mag gerekend worden op een relatief forse bijdrage van de civil society: lokale gezamenlijke initiatieven en technologische projecten zoals zonne-(dak)pannen, regentonnen en kleine windturbines. Voor het deltawater betekent dit dat waterstromen in de wijk zorgen voor meer zelfvoorzienendheid en een efficiënter watergebruik. Het nieuwe schap is deelnemer in veel lokale energie- en waterinitiatieven, waar samen wordt gezocht naar nieuwe allianties en nieuwe oplossingen -en die tegelijk kansen opleveren voor win-win met de pompen en gemalen.

  3. De B.V. Waterbeheer
    Een scenario van privatisering van het waterbeheer richting 2045: de B.V. Waterbeheer. Kostenoptimalisatie en afgewogen waardecreatie in de keten als onvermijdelijk antwoord op de waaier aan bedrijfsactiviteiten die waterbedrijven, netbeheerders en waterschappen jarenlang ontplooiden met publieke gelden. Het verdienmodel van het watersysteem en de waterketen verandert in dit perspectief fundamenteel. We zien een private organisatie met een winstoogmerk die stuurt vanuit de businesscase. Waterschappen worden private, integrale gebiedbeheersorganisaties. Dit leidt tot enkele forse moederbedrijven, met meer gebiedsgerichte dochters dan er nu waterschappen zijn. De gebiedsbedrijven staan naast grote publieke netbeheerders en centrale productie-eenheden zoals grote windparken op zee en grote energiecentrales voor grote gebruikers. 

    De energie-footprint of energietechnologie is in dit scenario van dezelfde soort als in de andere scenario’s –voor wat betreft het waterbeheer tenminste. Focus op elektrificatie, eigen opwek op eigen land en met eigen water. De winst zit hier in de organisatie van bedrijfsprocessen en in de synergie in de uitvoering: efficiëntie en schaalvergroting. Met meer grond en meer vastgoed in eigendom, zijn er ook meer kansen om een echte bijdrage te leveren aan de verduurzaming.

‘Put your money, where your mouth is’
Wat leert dit alles ons, technisch perspectief en toekomstscenario’s? In de eerste plaats dat de opgave van de verduurzaming van de energiehuishouding in het waterbeheer in omvang te vergelijken is met die van een stad als Utrecht. De complexiteit van de opgave is echter kleiner, de processen zijn eenvoudiger en eenduidiger. Financiële afwegingen in de businesscase zullen voor waterbeheerders snel duidelijk worden, aangezien duurzame productie snel rendabeler zal zijn dan fossiele.

In de tweede plaats leert dit ons dat de energietransitie in het waterbeheer samen lijkt te hangen met de veranderende rollen en taken van waterbeheerders en waterschappen. Maar er niet van afhankelijk is. De drie scenario’s zijn daar een verkenning van. Een toenemende rol voor lokale initiatieven is no-regret en voor de kortere termijn te voorzien. Een essentiële rol voor een (centrale) back-up voor de energieproductie is er ook in alle scenario’s, net als een efficiënter gebruik van water en energie als grondstof. Voor alles zal ons inziens het tempo van de energietransitie in het waterbeheer worden bepaald door het lef van die bestuurders tonen in actuele besluiten over de businesscase van hun duurzame productie: de richting van de verduurzaming is helder, maar is de ambitie en overtuiging er ook echt?

Lees hier hoe het gesprek over deze scenario’s in energietransitie ging bij Waterschap Zuiderzeeland. Om het volledige essay ‘Energietransitie in het waterbeheer’ te lezen, klik hier.

Reageren? Graag!