Je nadert een dorp, je navigatie piept: maximum snelheid 50 kilometer. Als je nog niet afgeremd had, dan doe je dat nu. Zeker als er ook nog een camera staat. Het zijn eenvoudige maar sterke signalen, en handelingen die je bijna gedachteloos uitvoert. Maar er gaat een enorme complexiteit achter schuil, van zeer gedetailleerde kaarten tot satellietdata en actuele verkeersinfo. En als je zelf met die complexiteit aan de slag moet, ben je allang door het dorp heen voor je iets hebt kunnen besluiten.

Zo is het ook met overstromingsrisico’s in stedelijke gebieden, mijn werkgebied. We weten steeds meer over overstromingsrisico’s en wat we eraan kunnen doen. Dat beperkt zich niet tot fysieke maatregelen. Minstens zo belangrijk is bewustwording van risico’s en vroegtijdig waarschuwen bij naderend onheil. Daarvoor moet je drie dingen doen: alle data verzamelen die je nodig hebt, die omtoveren tot zinvolle inzichten, en vervolgens dat complexe geheel presenteren in een eenvoudige, gebruiksvriendelijke en aansprekende vorm, zodat mensen weten wat ze te doen staat. Smart digital solutions.

Stedelijke gebieden hebben te maken met twee grote uitdagingen: de klimaatverandering en de verstedelijking. Uiteraard versterken die twee uitdagingen elkaar en dat zorgt voor een hoge kwetsbaarheid, met impact op de totale maatschappij in een gebied, zowel economisch als sociaal. Deze uitdagingen zijn er dus niet alleen voor de publieke sector, maar juist ook voor de private sector.

Je werkt op twee fronten aan oplossingen: aan de ene kant zorg je voor structurele bescherming om je kwetsbaarheid te beperken, aan de andere kant maak je mensen bewust van de risico’s en waarschuw je ze tijdig. Die twee benaderingen beïnvloeden elkaar ook weer: dijken worden bijvoorbeeld steeds slimmer, we kunnen er sensoren in stoppen die heel nauwkeurig hydrologische gegevens verzamelen. Daarnaast kunnen inwoners ook heel waardevolle informatie verzamelen via social media. Dat is een zeer waardevolle aanvulling op alle andere data die je kunt verzamelen.

Want we meten in de grond, vanuit de lucht, vanuit het water en vanuit de ruimte. We kunnen dat combineren met meteorologische, geografische, hydrologische en demografische gegevens, stedenbouwkundige plannen en politieke visies. Dat enorme stuwmeer met data kunnen we vertalen naar waardevolle informatie en inzichten.

Maar dan ben je nog niet bij de eindgebruiker, met zijn smartphone, wat op zich ook een mooi voorbeeld is van tot ultieme eenvoud teruggebrachte complexiteit. Je moet op zoek naar een soort buienradar-plus. Als je die raadpleegt, weet je wat er aan de hand is en wat je heel concreet kunt doen om je eigendommen te beschermen of zelfs het vege lijf te redden.

De manier waarop we dat aanpakken, blijkt bijvoorbeeld uit BlueLabel. Daarmee bieden we voor het eerst inzicht in de kwetsbaarheid bij regenoverlast voor heel Nederland, met labels die voor iedereen begrijpelijk zijn. Ik prijs me zeer gelukkig dat we volop kunnen meedraaien in het innovatieve klimaat dat we in Nederland hebben. Er is ruimte om nieuwe oplossingen te bedenken, te testen én in de praktijk toe te passen. Daarvoor werken we bij BlueLabel samen met partners Achmea en Nelen & Schuurmans. En om zeker te weten dat we iets maken waar de eindgebruiker op zit te wachten werken we met ‘launching customers’ als gemeente Rotterdam, een gemotiveerde voorloper die ons de mogelijkheid biedt om BlueLabel full-scale toe te passen. Het is nu zelfs officieel beleidsinstrument geworden voor de komende 4 jaar. Een ander voorbeeld: kort geleden heeft Parramatta, een stad met bijna 170.000 inwoners , een voorstad vanSydney Australië, de Flash Flood Tool in gebruik genomen. Een service die Royal HaskoningDHV samen met Nelen & Schuurmans heeft ontwikkeld en waar wordt samengewerkt met het Bureau of Meteorology en Paramatta City Council. Ook die tool biedt, helder en duidelijk, informatie én handelingsperspectief.

De complexiteit dwingt tot bundeling van expertise en tot schaalvergroting. Steden erkennen dat ze het niet op eigen houtje kunnen en zoeken naar nieuwe wegen om permanent toegang te blijven houden tot expertise en informatie. Daarom geloof ik in een toekomst waarin we onze waarde niet alleen in projecten aanbieden, maar meer en meer ook als een service, in een abonnementsvorm.

We hebben immers ook niet allemaal onze eigen buienradar, we ontwikkelen niet onze eigen navigatie en hebben niet onze eigen satellieten. We betalen eenvoudig om snel en makkelijk van A naar B te komen. Dat is ook veel duurzamer, vanwege de financiële prikkel om de navigatie voortdurend te onderhouden en te verbeteren.

De navigatie in mijn auto waarschuwt wel voor maximumsnelheden, maar niet voor dreigende overstromingen als gevolg van regel. Nog niet.

Meer informatie

Gerelateerde markten