Gepubliceerd in de Volkskrant op 12 september 2017 / Coauteur: Sander Teeuwisse

De rechter heeft gesproken: de Nederlandse staat moet er voor zorgen dat er zo snel mogelijk aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen voldaan gaat worden. Deze uitspraak kan een breekijzer zijn om de Nederlandse lucht substantieel schoner te maken en ons leefklimaat gezonder. Daarvoor is dan wel noodzakelijk dat niet alleen gekeken wordt naar het halen van wettelijke normen.

Hoe belangrijk het ook is dat die overal gehaald worden, de meeste gezondheidsschade treedt op in gebieden waar de wettelijke normen al gehaald worden. Veruit het grootste deel van de bevolking ademt dagelijks lucht in op plekken waar aan de wettelijke normen voldaan wordt. De daarmee samenhangende gezondheidsschade bedraagt naar schatting nog altijd zo´n € 5 miljard per jaar.

Om dat substantieel naar beneden te brengen is een duidelijke visie en ambitie van de staat nodig op hoe dat bereikt kan worden. Op voorhand is duidelijk dat het laaghangende fruit al geplukt is en dat verdergaande maatregelen over de hele linie noodzakelijk zijn en een ieder zijn bijdrage zal moeten leveren, van industrie, energie en scheepvaart tot landbouw en huishoudens.

Vooral in stedelijke omgevingen is verkeer één van de belangrijkste veroorzakers van ongezonde lucht. Oudere dieselvoertuigen dragen verhoudingsgewijs het meest bij. Een dieselauto uit 1995 stoot zo’n 10 keer meer uit dan een dieselauto uit 2005 en wel 100 keer of meer dan een gemiddelde benzine-auto of een dieselauto die vandaag de dag gemaakt wordt. Steden als Utrecht, Rotterdam en Amsterdam hebben op dit vlak hun nek uitgestoken door oude dieselvoertuigen te weren in een milieuzone. Dit heeft er niet alleen aan bijgedragen dat wettelijke normen behaald zijn, het heeft ook bijgedragen aan een gezonder leefklimaat.

In het licht van de uitspraak van de rechter biedt dit een uitgelezen aanknopingspunt voor de Nederlandse staat: stimuleer dergelijke milieuzones in meer steden en zorg voor landelijk uniforme regels. Door milieuzones stap voor stap strenger te maken, kan stapsgewijs toegewerkt worden naar steden waar in de toekomst alleen nog elektrisch gereden mag worden.

In het openbaar vervoer worden al mooie stappen gezet. In een convenant met de provincies heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu afgesproken dat vanaf 2025 alle nieuwe bussen vrij van schadelijke uitstoot zijn. Met intensivering van schone vormen van energie-opwekking kan schadelijke uitstoot en CO2 over de gehele linie teruggebracht worden.

Wanneer dit gecombineerd wordt met een ambitieus investeringsprogramma in één van de schoonste, gezondste en goedkoopste manieren van verplaatsen, dan heeft de staat al een behoorlijke winst te pakken. We hebben het dan over de fiets. Gemiddeld genomen hoeven de meeste forenzen dagelijks niet veel meer dan 15 kilometer van huis naar werk af te leggen. Dat gebeurt nog heel veel met de auto, terwijl dat een prima te overbruggen afstand is met een e-bike. Landelijk substantiële investeringen in fietssnelwegen, fietsvoorzieningen in steden en stimuleringsregelingen voor het gebruik van de (elektrische) fiets in plaats van de auto zijn uiterst kosteneffectieve maatregelen. Ze dragen niet alleen bij aan het blijvend halen van wettelijke luchtkwaliteitnormen, maar ook aan gezondere steden waarin meer bewogen wordt in gezondere lucht, met minder verkeerslawaai, minder files, minder gezondheidsschade en minder CO2 uitstoot.

Wat ons betreft wijst deze uitspraak van de rechter andermaal op een momentum voor verdergaande stappen in verschoning en verduurzaming van mobiliteit, transport, industrie, energie en landbouw. Kansen te over in ieder geval aan de Haagse formatietafel om voor de komende jaren in te zetten op ambitieuze stappen richting een toekomstbestendig, aantrekkelijk en gezond Nederland.