Gebouwinstallaties en geluid ………… deze twee dingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar in de praktijk wordt er pas laat in het ontwerp of tijdens de realisatie van een gebouw aandacht gegeven aan installatiegeluid. Vaak wordt volstaan met het vastleggen van geluideisen in het installatietechnisch bestek. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de eisen wordt overgelaten aan de installateur; deze moet het in orde krijgen in de uitvoeringsfase. Maar de praktijk kent talloze voorbeelden waarbij het toch niet goed gaat. Oplossingen achteraf vergen veel inspanning, om het nog maar niet over de kosten te hebben. Hoe kan dit beter?

De grootste stoorfactor binnen een kantooromgeving is ongewenst geluid en dit heeft volgens onderzoek de sterkste relatie met productiviteitsverlies (door afleiding en hinder). Vanaf het eerste installatietechnische ontwerp moet er daarom aandacht zijn voor het aspect geluid, om verstoring te voorkomen. Naast geluidbronnen van de installaties zelf, heb je te maken met overspraak via luchtkanalen, het akoestisch afdichten van doorvoeren en het trilling isolerend opstellen van gebouwinstallaties. Het doel van gebouwinstallaties is het beheersen van het binnenklimaat (verse lucht en een aangename temperatuur). Geluid hoort ook bij het binnenklimaat. Gebouwinstallaties mogen geen overmatig geluid veroorzaken en doorvoeren van kanalen en leidingen mogen de geluidwering van scheidingswanden niet aantasten. Bij een goed installatieconcept wordt rekening gehouden met een goede luchtkwaliteit zonder dat hierbij hinder kan ontstaan door geluid.

Door slim te ontwerpen zijn er weinig aanvullende maatregelen nodig om te voldoen aan geluideisen. Zowel het installatietechnische als het bouwkundige ontwerp spelen een rol en er moet dus naar het geheel gekeken worden.Akoestische adviseurs worden vaak beperkt ingeschakeld in projecten. Soms vanwege krappe budgetten, maar vaak is dit door onwetendheid binnen het ontwerpteam. Hierna volgen twee voorbeelden uit mijn adviespraktijk.

Voorbeeld 1: Optopping met licht geconstrueerde bouwlagen

Mijn input werd gevraagd in de DO-fase van een project waar twee bouwlagen werden gerealiseerd bovenop een bestaand pand. Deze optopping bestond uit twee licht geconstrueerde bouwlagen, met luchtbehandelingskasten op de bovenste laag. Direct heb ik het voorkomen van trillingen door de luchtbehandelingskasten onder de aandacht gebracht. Zonder deze tijdige input was er een groot risico dat ruimten in de optopping onbruikbaar zouden worden, doordat de geveldelen en interne wanden in trilling worden gebracht. Dit soort uitdagingen moeten zo vroeg mogelijk getackeld worden, omdat deze later in het ontwerproces (of achteraf) bijna niet meer op te lossen zijn of heel kostbaar zijn.

Voorbeeld 2: E-kabelgoot tracé door geluidisolerende wanden

Bij een ander project was er in de fase Voorlopig Ontwerp, al voor mijn betrokkenheid, de keuze gemaakt om een kabelgoot dwars door vele bouwkundige scheidingen heen te leggen, die allemaal een hoge geluidisolatie-eis hadden. Dit is een erg ongunstig tracé dat erg gevoelig is voor fouten. De kabelgoot moet zeer nauwkeurig worden afgedicht, waardoor deze oplossing niet flexibel is en zeer kostbaar. Immers, voor elke nieuwe kabel moet de kabelgoot weer opengemaakt worden. Ten aanzien van de geluidisolatie én flexibiliteit was het beter om deze kabelgoot door de gang te leggen en dan af te takken naar de verblijfsruimten. De scheidingen naar de gang zijn immers meestal veel minder kritisch. In dit project werd mijn akoestisch betere alternatief niet gekozen, waardoor het risico op niet adequate geluidisolatie tussen de verblijfsruimten groot was. De gebruiker van het gebouw blijft in dat geval uiteindelijk met problemen zitten.

Akoestisch adviseurs vragen een kleine investering, dat is waar. Maar door ze op tijd in te zetten kunnen er heel veel kosten bespaard en krijgt de klant een beter gebouw.
In het ontwerp van gebouwen komen vele disciplines samen en hebben we altijd te maken met maatwerk. Hoe vroeger in het ontwerpproces we elkaar kunnen vinden hoe beter. Dat wijst de praktijk ook uit.