Zoals het ministerie van BZK in oktober al stelde is het deels instorten van de parkeergarage in aanbouw op Eindhoven Airport veroorzaakt door twee factoren. Ten eerste de aansluiting tussen de vloerplaten en de betonlaag daarbovenop die niet goed was. Ten tweede het legpatroon van de vloerplaten in combinatie met de grote afstand tussen de kolommen waar de vloeren op rustten.

Dat er vervolgens een landelijke controleslag begint van bestaande gebouwen, kun je beschouwen als een terugroepactie van een automerk en dat is goed. Immers ieder gebouw dat instort heeft daarvoor een bepaalde periode overeind gestaan. En voordat deze parkeergarage instortte waren de twee factoren niet voldoende bekend. Dit was de eerste keer dat dit vloertype op deze wijze bezweek. Met dit voortschrijdend inzicht kun je niet anders dan opnieuw naar bestaande gebouwen gaan kijken.

Achteraf praten is gemakkelijk maar wij zijn wel van mening dat het gebouw 'gewaarschuwd' heeft. Op basis van het rapport van Hageman en de foto's van de bovenste vloer, is de plasvorming ernstiger dan je zou mogen verwachten. Hetzelfde geldt voor de scheurvorming. Beide kunnen veel verschillende oorzaken hebben en zijn vaak redelijk onschuldig, maar zijn wél aanleiding voor nader onderzoek.

Was de gedeeltelijke instorting dan te voorkomen geweest? Dat is onzeker. Als de situatie onderkend was, had toegang tot het gebouw opgeschort kunnen worden waardoor er geen risico was op persoonlijke ongelukken - iets wat nu gelukkig ook niet is gebeurd. Je had dan de situatie gekregen die nu bestaat voor het gebouwdeel dat niet is ingestort.

Van belang is dat we hier als sector met z'n allen van leren. Door het relatief gladde beton van de vloerplaat ontstond er geen goede hechting en kon de bovenste laag plaatselijk loskomen van de onderste waardoor de vloer niet meer als één geheel kon functioneren. Dit gebrek is gedurende zeker tien jaar niet voldoende onderkend door de branche.

We moeten allemaal kritischer zijn met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen en uitbreiding van het toepassingsgebied van bestaande technieken. Op het moment dat er veranderingen worden doorgevoerd bij bepaalde producten, zoals hier de toepassing van het gladde zelf-verdichtende beton in plaats van het oorspronkelijk ruwe beton en het verleggen van de legrichting van vloerplaten, dan moet er opnieuw naar gekeken worden, door de producent, de certificerende instellingen, de constructeurs, de overheid die de bouwregels opstelt en toetst en de aannemerij. Essentieel is dat gebouwen veilig zijn en voldoen aan de normen van het bouwbesluit.