Met de nieuwe EU richtlijn (2014/52/EU) wordt expliciet gesteld dat mensen betrokken bij m.e.r. gekwalificeerd moeten zijn. Maar wanneer is iemand gekwalificeerd of bekwaam? Hoe toon je dat aan? Daarover bestaat nog geen duidelijk beeld. In bijgaande blog beschrijf ik de stappen die ik hiervoor heb ondernomen.

Uitzicht vanaf rotsen op het water en een brug | Royal HaskoningDHV

De richtlijn stelt: “De deskundigen die betrokken zijn bij de milieueffectbeoordelingsrapporten voor te bereiden, moeten gekwalificeerd en bekwaam zijn. Er is, met het oog op het onderzoek ervan door de bevoegde instanties, behoefte aan voldoende expertise op het relevante gebied van het project in kwestie, teneinde een hoog kwaliteitsniveau en de volledigheid van de door de opdrachtgever verstrekte informatie te waarborgen”.

Deze richtlijn roept bij mij nogal wat vragen op. Wat betekent ‘…op het relevante gebied...’? Moeten er aantoonbare gekwalificeerde ontwerpers werken aan alternatieven? En moet elk van de specialisten binnen haar of zijn discipline aantoonbaar bekwaam zijn? Of moet er een m.e.r.-expert zijn die aantoonbaar kennis heeft van procedures, het proces, de participatie met stakeholders en affiniteit hebben met en de raakvlakken kennen tussen de verschillende disciplines?

Aversie tegen accreditatie

Er zijn verschillende opties om met dit vereiste om te gaan. We zouden een bepaalde beperkte of verdergaande vorm van accreditatie kunnen invoeren, iets waar we in Nederland altijd een aversie tegen gehad hebben. De Commissie voor de m.e.r. heeft al eens een eerste vergelijkend onderzoek gedaan naar mogelijkheden. De kans is echter aannemelijk dat er bij de implementatie in de Nederlandse wetgeving een formulering gevonden wordt waarmee we alles gewoon bij het oude kunnen laten en toch vinden dat we aan de nieuwe richtlijn voldoen.

Regelmatig bijhouden van expertise

Toch zou het op de een of andere manier testen van expertise en bekwaamheid en het regelmatig bijhouden van die expertise helemaal geen kwaad kunnen. Mogelijk kan het bijdragen in het bereiken van milieueffectrapportage met een consistente hoge kwaliteit. De vraag is of dat heel specifiek op m.e.r. gebied moet zijn of juist op ruimer milieugebied.

Geen eenmalige inspanning

In Groot Brittannië kent men, onder andere via het Institute for Environmental Management and Assessment, de mogelijkheid om geregistreerd m.e.r.-deskundige te worden, zelfs in verschillende gradaties. Maar er bestaat ook de mogelijkheid om erkend te worden als milieukundige (Chartered Environmentalist) door de Society for the Environment). Men kijkt daarbij niet alleen naar technisch inhoudelijke, maar ook naar bijvoorbeeld sociale aspecten en integriteit. Het gaat dan niet om een eenmalige inspanning om ‘Chartered Environmentalist’ te worden, het vraagt continu (aantoonbaar) leren. Deze benadering lijkt mij ook voor professionals in Nederland een goede manier om bekwaamheid te tonen.

IEMA beoordeling

De discussies uit het verleden over dit onderwerp en de recentere forumdiscussies leveren nog niet het antwoord hoe nou het beste om te gaan met de vereisten uit de richtlijn. Ik heb daarom besloten om die test eens te ondergaan en mijn bekwaamheid te laten beoordelen door, in dit geval, IEMA. Ik heb hiervoor een aanvraag gedaan, een supporting paper geschreven, een CV opgesteld en ik ben uiteindelijk in een uitgebreid gesprek door een tweetal ‘peers’ geïnterviewd.

Het resultaat: sinds juli mag ik mij officieel ‘Chartered Environmentalist’ noemen. Voorlopig een mooie manier om me richting opdrachtgevers te onderscheiden. Ik hoop echter dat velen mij in Nederland zullen volgen, zodat de kwaliteit van milieudeskundigheid in Nederland regelmatig getoetst en daarmee geborgd wordt. Zoals de richtlijn dat ook beoogd.

Wilt u met mij sparren over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met mij op of kom langs in de Royal HaskoningDHV stand op IAIA 2017 in Montreal.