Midden in de derde ‘technologische tsunami’[1] werden Máire Bradley (1986), Wahyu Hariyono (1989), Piyush Katakwar (1994) en Yasmine Wiersema (1994) geboren. In het decennium waarin de personal computer – na een vliegende start in Amerika – aan zijn wereldwijde opmars was begonnen en Nederland in korte tijd veranderde van een land met betrekkelijke computeranalfabeten in een land van enthousiaste computergebruikers.[2] In 2021 werken ze alle vier als ingenieur of adviseur bij Royal HaskoningDHV. 

De eerste golf van technologische verandering had in de tijd van stoommachines, fabrieken en spoorwegen de basis gelegd voor het ingenieursbureau. De tweede golf, die rond 1900 begon, had het bureau flink laten groeien. Dit was de tijd van doorbraken als de ontwikkeling van de verbrandingsmotor, toepassing van elektriciteit als krachtbron en grote vernieuwingen op het terrein van chemie. Vooral deze tweede technologische tsunami (die feitelijk nog voortduurt, denk bijvoorbeeld aan de energietransitie) zorgde voor een enorme verandering in de dagelijkse leefomgeving, mede vormgegeven door ingenieurs. Na de aanleg van waterleidingen en rioleringen in steden was de wereld er ook bovengronds anders gaan uitzien – door de opkomst van nieuwe constructietechnieken zoals beton- en staalskeletbouw.

Tekeningen maken voor verbeteringen tijdens de tweede technologische tsunami. Let op de stropdassen en de asbak. DHV-kantoor aan de Tesselschadelaan in Amersfoort, ca 1965. (bron: bedrijfsarchief Royal HaskoningDHV)

Vanaf 1970 begon de derde golf vol grote technologische veranderingen: de – aanvankelijk nog voorzichtige – opmars van digitalisering van informatie, extreme miniaturisering[3] van (vooral) elektronische componenten en satellietcommunicatie. In 1984 schreef een Nederlandse krant voor het eerst over het nieuwe fenomeen ‘internet’ en voorspelde dat er een informatie-explosie zou ontstaan nu verspreide groepen lokale gebruikers ‘aan elkaar geknoopt werden en grotere mondiaal opererende netwerken zouden gaan vormen’.[4] En inderdaad: vanaf de ontwikkeling van de eerste browsers, begin jaren negentig, explodeerde het gebruik van internet wereldwijd.[5] Breedbandverbindingen vervingen trage modems, desktop-pc’s kregen gezelschap van laptops en mobiele telefoons. De opkomst van ‘cloud computing’ vanaf 2006 versnelde de ontwikkeling van digitale diensten.


Máire Bradley, Wahyu Hariyono, Yasmine Wiersema en Piyush Katakwar (bron: privé-archieven en bedrijfsarchief Royal HaskoningDHV)

Tussen 2008 en 2013 schaften Wahyu, Yasmine, Piyush en Máire hun allereerste smartphone aan. Ze behoren tot de generatie die precies in de overgang van het papieren naar het internettijdperk opgroeide. “For me the most significant role of internet is the social media (Instagram and YouTube mainly). With these, I make friends, build networks and share information with people”, zo typeert Hariyono de plek van internet in zijn leven.[6] Samen maken de vier jonge ingenieurs en adviseurs deel uit van de groep van tweeduizend Young medewerkers van Royal HaskoningDHV. Ze buigen zich, met de wereld als werkterrein, over de puzzels van vandaag.

Wereldwijde challenges

Min of meer tegelijk met de start van de derde tsunami, verschoof er fundamenteel iets in het denken over technologie. Plotseling kreeg technologie fikse kritiek te verduren.[7] De dankzij technologische vooruitgang verworven materiële overvloed veroorzaakte immers ook verspilling van grondstoffen en vervuiling van de leefomgeving op tot dan toe ongekende schaal. 

Een wereldwijd ‘groen geweten’ groeide. Er werden – zo wereldwijd als mogelijk – afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikassen te reduceren, om zo verdere opwarming van de aarde te voorkomen.[8] Ook de publieke opinie veranderde: technologie werd sinds eind jaren negentig in toenemende mate als het redmiddel gezien in de strijd voor een duurzame toekomst. Ter illustratie: vanaf het jaar 2000 werd een reeks challenges (wedstrijden) voor bedrijven uitgeroepen om de gerezen klimaatproblemen (licht verwarrend óók ‘challenges’ genoemd) met een technologische vinding op te lossen.[9] 

Vergelijkbaar, maar ernstiger van toon, formuleerden drie gerenommeerde ingenieursopleidingen uit Amerika, China en Groot-Brittannië Grand Challenges for Engineering. De gedachte erachter: ingenieurs moeten een rol spelen in het oplossen van de enorme problemen van vandaag en het creëren van een duurzame toekomst.[10] Opvallend was de zwaarte waarmee de problematiek werd geschetst, door de traditioneel toch als nuchter bekendstaande ingenieurs. Deze nadruk op grote wereldwijde problemen – in plaats van oplossingen – was zelfs even terug te vinden bij Royal HaskoningDHV, toen het bureau in het jaarverslag van 2013 de uitgesproken urgentie van vier global challenges (op het gebied van steden, water, transport en industrie) centraal zette in zijn werk.[11]  

Snel daarna lag de focus van de ingenieurs weer sterker op het oplossen van de problemen, en op klanten helpen zich goed voor te bereiden op de toekomst. Dat gebeurt met behulp van de nieuwste – en dus in toenemende mate digitale – ontwikkelingen. Of het nu gaat om verkeersstromen voorspellen, onderhoud aan wegen of complexe installaties inplannen, risicobeheersing bij drinkwaterzuivering of modulaire bouwsystemen voor bijvoorbeeld Amazon distributiecentra ontwikkelen: software is niet meer alleen een middel waarmee adviseurs hun werk doen (zoals vroeger liniaal, rekenmachine en luchtfoto’s dat waren), de programmatuur zelf is de dienst, de geboden oplossing, geworden.[12] En het tempo waarmee met hulp van ‘digital solutions, real-world results’ worden geboekt, houdt haastige tred met de versnelling die de derde technologische tsunami heeft veroorzaakt.

Digitale ontwikkeling in historisch perspectief: exponentieel groeiende rekenkracht per $1000. Iets lastiger te zien is de miniaturisering. De combinatie ervan leidde tot exponentiële toename in gebruik. (bron: Kurzweil via Our World in Data)

Rondtrekkende ingenieurs

Zoals eerder beschreven zijn veel van de grote problemen van deze tijd – paradoxaal genoeg – gevolg van een positieve en succesvolle ontwikkeling. Nog niet zo héél lang geleden immers hoopte de 19e-eeuwse ingenieur Conrad dat de aanleg van het Suezkanaal in Egypte zou leiden tot “uitstorting van de weldaden der westersche beschaving over een tal van volken die er nu nog van verstoken zijn”.[13] Er wás ook sprake van verbazingwekkende verbetering van leefomstandigheden – in de hele wereld.[14] Deze ontwikkelingen zijn terug te zien in de paden die Wahyu, Máire en Piyush aflegden op weg naar Royal HaskoningDHV.

Opgegroeid in Bandung in Indonesië, volgde Wahyu Hariyono aan het Institut Teknologi Bandung[15] zijn bachelor in architectuur en trok vervolgens naar de miljoenenstad Shanghai in China om werkervaring op te doen. Het was de eerste keer in zijn leven dat hij buiten Indonesië kwam. Toevallig deelden de Chinese architecten die hem het meest inspireerden dezelfde achtergrond: ze hadden bouwkunde gestudeerd, in Nederland nota bene. Zo kwam Wahyu na tweeënhalf jaar in een van de grootste metropolen ter wereld terecht in Delft, op de Technische Universiteit. Hij studeerde er in 2015 af op het ontwerp van een vliegveld. Een boek over dit onderwerp uit de universiteitsbibliotheek zette hem op het spoor van NACO (Netherlands Airport Consultants), onderdeel van Royal HaskoningDHV. Sinds 2016 ontwerpt Wahyu vliegvelden in de hele wereld, eerst vanuit Den Haag en intussen vanuit Jakarta.[16]



Schets van het Kazan vliegveld in Rusland, door Wahyu Hariyono, 2021.

Voor Máire Bradley uit Ballycroy, County Mayo in Ierland begon het rondtrekken toen ze besloot in Dublin te gaan studeren, vier uur rijden van de plek waar ze opgroeide. Na een bachelor Structural Engineering haalde ze in dat vak in 2009 haar master. De economische situatie in Ierland was omgeslagen. De korte en snelle economische bloeiperiode tussen 1995 en 2008 – die het land de bijnaam ‘Celtic Tiger’ had gegeven – eindigde door de wereldwijde bankencrisis die in 2008 uitbrak, met stijgende werkloosheid als gevolg. Máire zocht en vond haar eerste baan als constructeur in Londen. Na een volgende baan als constructeur bij (toen nog) Royal Haskoning in Peterborough kwam ze in 2015 terecht in Nederland, bij Royal HaskoningDHV.[17]

Máire Bradley werkt sinds 2019 als constructeur mee aan het ontwikkelen van ‘templates’ voor distributiecentra van de Amerikaanse e-commerce onderneming Amazon in meer dan 10 Europese landen. (Linker beeld: Amazon Warehouse in Dunfermline, Schotland in november 2019. foto: Douglas Barrie, PA Images/Alamy Stock Photo, rechter beeld: Amazon’s nieuwe distributiecentrum in Rozenburg-Schiphol, 2021. foto: ANP/Marco de Swart)

De paden van Máire en Wahyu illustreren hoe een fundamenteel kenmerk van het bureau langzaam verandert: ingenieurs en adviseurs komen niet langer alleen van ‘lokale bodem’ om vervolgens voor grote projecten de wereld in te trekken. Het is nu ‘de wereld’ die vrij letterlijk het bureau binnen komt.[18]  

Transitie van energie, verandering van het klimaat

Ook ingenieur chemische technologie Piyush Katakwar hoort bij deze nieuwe groep binnen het bedrijf: hij emigreerde van India naar Nederland. Zijn bachelor haalde hij aan het Visvesvaraya National Institute of Technology in Nagpur, India, en zijn master in Delft. Maar na zijn studie begon hij niet – zoals hij vroeger had gedroomd – aan een baan in de olie- en gassector, maar werd hij energy transition consultant. Hij adviseert samen met zijn collega’s grote industrieën over de te nemen stappen naar een klimaatneutrale toekomst.[19]


Historische verschuiving in energiebronnen en de toename van energieverbruik die gepaard ging met de razendsnelle vooruitgang. (bron: our WorldInData.org/energy, CC BY 4.0

Parametrisch ontwerp voor een enorme ‘groene’ waterstoffabriek. Ontwikkeld om de industrie te helpen denken over nieuwe manieren om de emissiedoelen van 2030 te behalen. Piyush was project manager en co-ontwerper voor het Institute of Sustainable Process Technology, in 2019. (bron: bedrijfsarchief Royal HaskoningDHV)

In tegenstelling tot de andere drie is Yasmine Wiersema geboren en getogen in Nederland. “Als er vroeger bomen werden gekapt in de straat, dan richtte ik een website op: Stop de kap van bomen.nl!” Ze koos haar studie Water Science & Management aan de Universiteit Utrecht nadrukkelijk om bij te dragen aan een betere wereld.[20] 

Intussen zijn de meeste wetenschappers het met elkaar eens dat de aarde opwarmt door de uitstoot van broeikasgassen en dat extreme weersomstandigheden vaker voorkomen. De (voorlopig) meest strikte afspraken om de opwarming te beperken werden in 2015 vastgelegd in het bindend klimaatakkoord van Parijs. Dit akkoord (in 2020 in werking getreden) omvat een serie internationale afspraken om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. De betrokken landen doen hun best om de stijging te beperken tot 1,5 graad.[21] De crux? Minder energie verbruiken, andere (niet-fossiele) energie opwekken en daarnaast de gevolgen van de gestegen temperatuur proberen te temperen. 

Deze klimaatafspraken hebben direct invloed op het werk van het ingenieursbureau. Dat varieert van het ontwikkelen van roadmaps naar een energieneutrale toekomst voor klanten die veel energie verbruiken (denk aan de procesindustrie), scenario’s voor waterschappen en gemeenten die watertekorten (en -overschotten) moeten helpen opvangen tot aan planvorming voor en begeleiding van nieuwe spelers in de niche van zonne- en windenergie.[22]

Piyush Katakwar noemt zichzelf ‘realistically optimistic’ en beschouwt de opgave zoveel mogelijk als een positieve uitdaging. Juist het ingewikkelde van zijn werk bevalt hem, als hij bijvoorbeeld een grote speler in de chemische industrie adviseert over manieren om CO2- uitstoot te verminderen.

Strategisch adviseur drinkwater Yasmine Wiersema typeert zichzelf nog steeds als ‘een beetje activistisch’. Ze zwengelde vanuit het bureau een brede en inhoudelijke externe discussie over nieuwe manieren om het watertekort op te lossen aan. Met succes: de bijeenkomsten met experts uit het vak helpen Royal HaskoningDHV de enorme kennis op het gebied van water[23] te etaleren. Maar ze laten daarbij ook zien wat – naast slim en digitaal werken – de manier is om ingewikkelde problemen op te lossen: samenwerken en samen oplossingen verzinnen.[24]


Yasmine Wiersema als een van de weinigen op kantoor van Royal HaskoningDHV in Amersfoort. Drie schermen en boterhammen: tijdens de COVID-pandemie is online samenwerken de norm. Wiersema biedt haar collega’s en klanten (virtuele) snacks en broodjes aan in de pauzes, 2021. (bron: privé-archief Wiersema)

Toekomst: work in progress

Alle mensen die sinds 1881 bij Royal HaskoningDHV werkten, zijn in meer of mindere mate toekomstvoorspellers geweest. Ze waren altijd bezig met wat nog moest gebeuren – net als Máire, Wahyu, Piyush en Yasmine en hun 6000 collega’s nu. In iedere tijd had het werk zijn eigen urgentie, gericht op het oplossen van de problemen van dat moment. Het zou niet terecht zijn de vragen van vandaag tot de belangrijkste uit de historie te bestempelen. Nog steeds is de toekomst ‘work in progress’. En nog steeds zijn de ingenieurs en adviseurs daarbij de drijvende krachten: met hun kennis, hun creativiteit en hun vermogen om samen te werken.  

 “To be valid, the design process must merge nature, humanity, and technology; it must harmonize east and west, north and south, as well as past, present, and future, into a dynamic equilibrium. Today this is a challenge; tomorrow it will be the norm.”[25]

 

 

Over dit project

In oktober 2021 bestaat Royal HaskoningDHV 140 jaar. We vieren dat met de publicatie van een reeks gedenkwaardige verhalen over belangrijke momenten in de geschiedenis van onze organisatie. We zijn trots op deze verhalen en delen ze graag met een zo breed mogelijk publiek. Tussen januari en oktober 2021 publiceren we iedere maand een nieuw verhaal.