Terug naar het verhaal

 

[1] G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger. De voedselvoorziening 1940-1945, Utrecht, 1985, pp 9-18. 

[2] Bijv. Haarlems Dagblad, ‘De installaties voor de centrale keukens in aanbouw’, 5-12-1940.

[3] Trienekens, 1985, p. 2.

[4] De oorlogsdreiging uit het Oosten was, sinds de verkiezing van Adolf Hitler tot kanselier, toegenomen. In allerijl probeerde Nederland aan het einde van de jaren dertig wapenvoorraden op te bouwen.

[5] Dit was de korte benaming voor de Ministeriële Commissie voor Defensie-aangelegenheden, geleid door minister-president H. Colijn. De commissieleden waren de ministers van Defensie, Economische Zaken en Financiën en verder Groothoff, Louwes en Teppema. Trienekens, p. 12.

[6] DHV 25 jaar, 1942, p. 130.

[7] Zie James C. Kennedy, Een beknopte geschiedenis van Nederland, Amsterdam, 2017, pp. 316-317 en A.M.A. Goossens, Het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, Versie C, dec 2007.

[8] Het jubileumboek van 1942 vermeldt met nadruk de economische betekenis van deze grote opdracht in tijden van crisis: de bouwsom bedroeg 2 miljoen gulden. DHV 25 jaar, 1942, p. 130.

[9] Hein A. M. Klemann, ‘Economie en totale oorlog’, BMGN, 119 (2004) afl. 4, 577-581, p. 580.

[10] De meeste bedrijven werkten in meer of mindere mate mee. Vgl. Jan Luiten van Zanden, Een klein land in de 20e eeuw. Economische geschiedenis van Nederland 1914-1995, Utrecht, 1997, pp 166-167 en Tessel Polman, Van Waterstaat tot Wederopbouw. Het leven van dr. ir. J.A. Ringers (1885-1965), pp 186-187 en 211-218.

[11] Nederland was in de eerste wereldoorlog (1914-1918) neutraal gebleven. Nationaal Archief, Den Haag, Rijksbureau Voorbereiding Voedselvoorziening in Oorlogstijd, nummer toegang 2.11.23.01, inventarisnummer 119 Massavoeding door Centrale Keukens, 1940.

[12] De uiterst belangrijke economische rol van Groothoff voor het bureau is nooit eerder onderwerp van onderzoek geweest. Wel is duidelijk dat DHV Arnold Groothoff zeer erkentelijk was: het jubileumboek uit 1942 was “opgedragen aan ir. A. Groothoff die in het jaar 1916 het initiatief nam tot de oprichting van het bureau”.

[13] Daarnaast gingen de werkzaamheden van het bureau als Technisch Adviesbureau (TAB) door en, zo blijkt uit de archieven, ook als ingenieurs- en adviesbureau DHV. 

[14] ‘Ook Schiedam krijgt een volkskeuken’, Rotterdamsch nieuwsblad, 17 december 1940.

[15] DHV 25 jaar, 1942, p. 137.

[16] De noodzaak voor “nevelbestrijding in de keukens” was duidelijk geworden. NL-HaNA, Voedselvoorziening/Massavoeding, 2.11.30.06, inv. nr. 45 Verslag afdeeling Centrale Keukens, d.d. 15 februari 1941.

[17] Over de standaardisatie van de keukencapaciteit spreken bronnen elkaar tegen. DHV meldde zelf 3000 en 6000 personen (oftewel: te bereiden voedselporties). Kranten hadden het over 4000 en 6000.

[18] Bimsbeton is een betonsoort met een laag gewicht, een mengsel van bimskiezel, water en cement. https://www.joostdevree.nl/shtmls/bims.shtml Overigens werd in de loop van de oorlog – door nieuwe materiaalschaarste – hout weer de standaardoplossing. Zie o.a. DHV 1942, p. 138 en archiefbeelden.  

[19] ‘De centrale keuken in Arnhem-noord’, Arnhemsche Courant, 21 januari 1941.

[20] De aanvankelijke Nederlandse opzet van de keukens – maaltijden voor minder draagkrachtige mensen – ging in het tweede oorlogsjaar verloren. De Duitse bezetter wilde de keukens vooral gebruiken voor het (bij)voeden van arbeiders die bijdroegen aan het draaiend houden van de oorlogsindustrie. Trienekens, 1985, pp. 210-214.

[21] DHV 25 jaar, 1942, p 138.

[22] DHV 25 jaar, 1942, p 28.

[23] In 1942 telde DHV ca. 37 personen. Kleinzoon Herbert Verhey vertelde dat in de loop van de oorlog een aantal nieuwe personeelsleden in dienst trad; minstens 3 net afgestudeerde Delftse ingenieurs kwamen op de loonlijst van het bureau. Bron: gesprek met H. Verhey, 3 dec 2020.

[24] NL-HaNa, Militair Gezag, 2.13.25, inv.nr. 247 In februari 1944 beheerde het Rijksbureau Voedselvoorziening 173 keukens en twee gemotoriseerde keukentreinen.

[25] De trieste uitzondering hierop vormde de tekenaar Mozes Manheim. Hij was een zeer gerespecteerde Joodse medewerker van het allereerste uur en sinds 3 juni 1942 gepensioneerd. Manheim werd opgepakt bij een razzia in Amsterdam en kwam via Westerbork in het vernietigingskamp Sobibor terecht. Daar werd hij in 1943 vermoord. Jetje Manheim, Mijn grootouders, ongepubliceerd manuscript, pp. 87- 115.

[26] Bedrijfsarchief Royal HaskoningDHV, Toespraak Heederik, 1 juni 1945.