Terug naar het verhaal

 

[1] R. Krimp, De doden tellen. Slachtofferaantallen van de Tweede Wereldoorlog en sindsdien, Amsterdam, 2016 en https://en.wikipedia.org/wiki/World_War_II_casualties?oldid=.

[2] Onder leiding van waterstaatkundig ingenieur Johannes Aleidis Ringers. Hij had als regeringscommissaris tijdens de oorlog al de taak gekregen om de wederopbouw te coördineren.

[3]  Het bureau heette vanaf 1921 Ingenieursbureau voorheen J. van Hasselt en De Koning, vanaf 1946 Ingenieurs- en Architectenbureau voorheen J. van Hasselt en De Koning, zie Royal Haskoning 1881-2006, p. 30, 34.

[4] Bijvoorbeeld: Tebodin in 1945, Witteveen + Bos in 1946, De Weger in 1949 (onderdeel van de Koninklijke Haskoning Groep sinds 1997) en NACO (Netherlands Airport Consultants) in 1949 (onderdeel van DHV sinds 2003). 

[5] ir. J.P. Van Bruggen, hoofddirecteur Openbare Werken der Gemeente Rotterdam, Ir. M.C. Fritzli, directeur van de N.V. Adriaan Volker’s Mij tot het Uitvoeren van Openbare Werken te Rotterdam, Ir. T.K. Huizinga, directeur van N.V. NACO, en ir. B.D.H. Tellegen, raadgevend ingenieur uit Den Haag. Luchtenbelt, 2015, p. 9.

[6] De door Indonesië op 17 augustus 1945 uitgeroepen onafhankelijkheid werd uiteindelijk – na een bloedige oorlog – op 27 december 1949 door Nederland erkend. 

[7] De aanpak volgde Keynes’ economisch advies uit 1919, gepubliceerd in zijn boek The Economic Consequences of Power.

[8] Heederik nam in 1953 deel aan een reis over bouwnijverheid. Deze (en andere reizen) naar Amerika werden in Nederland georganiseerd door de Contactgroep Opvoering Productiviteit (COP).

[9] Dit waren overigens niet zozeer producten maar diensten, in het bijzonder van Nederlandse aannemersbedrijven en baggeraars. 

[10] De Maasbode, ‘Ned. ingenieurs gaan “tam-tam” slaan in het buitenland’, 12 januari 1952.

[11] Het Nieuwsblad voor Sumatra, ‘Adviesbureau voor ingeneurs [sic] werken in het Buitenland’, 19 december 1951 

[12] A.W. Luchtenbelt, Nederlandse ingenieursbureaus in het buitenland: alleen of samen sterk?, conceptversie masterscriptie 26 juni 2015, pp. 9-11.  

[13] Bedrijfsarchief RoyalhaskoningDHV. HAKO-NIEUWS, jaargang 1, no. 6, november 1953, pp 3-5 en J.W. Tellegen, Dutch Engineers in a Global Market, pp. 18-19.

[14] ‘Export van intellect’ was de uitspraak van Nedeco directeur ir. E.W.H. Clason (1903-1970). Het Parool, 13-9-52 en Het Vaderland, 10-03-1955.

[15] Clason in het voormalige Nederlands-Indië, Tellegen in dienst bij ingenieursbureau voor waterbouwkundige adviezen ir. G.P. Nijhoff uit Den Haag. Tellegen, pp. 20-21 en Luchtenbelt, p. 8.

[16]  VerLoren van Themaat was in 1918 als compagnon toegetreden bij het bureau. Vanaf 1930 had hij er de leiding samen met Job van der Steur. http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/6_Reep_VerLoren_van_Themaat. Naast VerLoren van Themaat bestond het Nedeco bestuur uit: initiatiefnemer Ir. J.P. van Bruggen, hoofddirecteur Openbare Werken in Rotterdam, P.R. Zeeman, directeur van de Nederlandse Handelsmaatschappij (NHM) en ir. Berkhout van het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs (KIVI). HAKO-NIEUWS, jaargang 1, no. 6, november 1953, p. 5.

[17] O.a. Het Parool, 18 april 1952, De Volkskrant, 1 april 1952 en Algemeen Dagblad, 21 april 1952.  

[18] De term werd gebruikt voor landen die net onder een koloniaal bewind vandaan kwamen en hun zelfstandige economische en infrastructurele (weder)opbouw begonnen vorm te geven, met - veelal – financiële hulp van internationale fondsen.

[19] H. van Duijvendijk, ‘Werken van Haskoning in Nedeco-verband’ 2006, Bedrijfsarchief RoyalhaskoningDHV. Bij DHV werkte het precies zo: ir. J.P der Weduwe werd juist vanwege zijn ruime werkervaring in Indonesië mededirecteur.

[20] Tutein Nolthenius was sinds 1952 in dienst en was lid van de maatschap Van Hasselt en De Koning van 1960 tot 1980. Hij werd voor drie maanden naar Calcutta uitgezonden. Hij deed – onder Nedeco-vlag en in opdracht van de deelstaat West Bengalen – een haalbaarheidsstudie voor de drooglegging van de Salt Lakes ten oosten van de stad. Bedoeld voor stadsuitbreiding en voor uitbreiding van het landbouwoppervlak. Bedrijfsarchief RoyalhaskoningDHV, HASKONING-INFORMATIEF, ‘Uitzending in 1954’, april 1986-2, pp. 3-4. 

[21] Dagboek van het bezoek aan Calcutta van 15 januari tot 3 april 1954, door ir P. Westbroek en vanaf 31/1 door ir. R. Tutein Nolthenius. Archief RoyalhaskoningDHV.

[22] R.H Frijlink, ‘Activities of Dutch engineers abroad’, in Van Douwen, A.A. (1963) Selected Aspects of Hydraulic Engineering, Liber Amicorum dedicated to Johannes Theodoor Thijsse, on occasion of his retirement as professor. pp. 71-95.

[23] Dit gebeurde naast de opgeteld 69 binnenlandse werken. Het bureau was enorm gegroeid en telde intussen 10 partners met 16 ingenieurs, 138 technici, 19 man administratief personeel en 5 m/v bedienend personeel. R. VerLoren Van Themaat in Raadgevend Ingenieur, 1959, p. 230.

[24] Nationaal Archief, Nederlands Adviesbureau voor Ingenieurs in het buitenland (NEDECO): projectdossiers. Periode 1952-1983. 

[25] Vertelling ‘De brug’ waar het bureau als ingenieur D. Havee wordt gepresenteerd, voornaam Dick. DHV 50 jaar 1967, pp. 11-12.

[26] Bedrijfsarchief RoyalhaskoningDHV, HASKONING-INFORMATIEF, april 1986-2. 

[27] Nedeco was uitgegroeid tot een bureau met 25 personeelsleden en concurreerde op die manier met de participerende ingenieursbureaus. H. van Duijvendijk, ‘Werken van Haskoning in Nedeco verband’ 2006, Bedrijfsarchief RoyalhaskoningDHV Toen werd het ironisch genoeg pas een echt kartel. Inclusief een manier van opdrachten verdelen die, veelzeggend, Pandora’s box werd genoemd. Luchtenbelt, p. 14.

[28] Het definitieve moment van opheffing van de laatste versie van Nedeco was 2001. Tellegen 2008, p. 89.